Naar de inhoud

vastmaken

ervoor zorgen dat iets vastzit aan iets anders

vastmaken

werkwoord /ˈvɑstˌmakə(n)/

Betekenis

  1. ervoor zorgen dat iets vastzit aan iets anders

Hoe spreek je vastmaken uit?

/ˈvɑstˌmakən/

Vastmaken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈvɑstˌmakən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ɑ bad
s sok
t tak
m maan
a maan
k kat
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint
ˌ een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon

Vervoeging van vastmaken

vastmakenhele werkwoord — maakte vastverleden tijd enkelvoud — maakten vastverleden tijd meervoud — vastgemaaktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik maak vast maakte vast
jij maakt vast maakte vast
hij, zij, het maakt vast maakte vast
wij maken vast maakten vast
jullie maken vast maakten vast
zij maken vast maakten vast
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben vastgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent vastgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is vastgemaakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was vastgemaakt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd vastgemaakt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt vastgemaakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal vastgemaakt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal vastgemaakt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou vastgemaakt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou vastgemaakt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had vastgemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had vastgemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had vastgemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden vastgemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden vastgemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden vastgemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt vastgemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb vastgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vastgemaakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben vastgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vastgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben vastgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt vastgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vastgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vastgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is vastgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is vastgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
maak vast gebiedende wijs
maakte vast verleden tijd
te hebben vastgemaakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vastmaken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vast te maken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vast te zullen maken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vast zal maken bijzin, toekomende tijd
vast zou maken bijzin, voorwaardelijk
vast zouden maken bijzin, voorwaardelijk
vast zoudt maken bijzin, voorwaardelijk
vast zullen maken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
vast zullen maken bijzin, toekomende tijd
vast zult maken bijzin, toekomende tijd
vastgemaakt verleden tijd, deelwoord
vastgemaakt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vastgemaakt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vastgemaakt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vastgemaakt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vastgemaakt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vastgemaakt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vastgemaakt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vastgemaakt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vastgemaakt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
vastgemaakt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vastmaak bijzin, tegenwoordige tijd
vastmaakt bijzin, tegenwoordige tijd
vastmaakte bijzin, verleden tijd
vastmaakten bijzin, verleden tijd
vastmakend onvoltooid, deelwoord
waart vastgemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vastgemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren vastgemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vastgemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was vastgemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was vastgemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was vastgemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd vastgemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd vastgemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd vastgemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden vastgemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden vastgemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden vastgemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt vastgemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word vastgemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden vastgemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden vastgemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden vastgemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt vastgemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt vastgemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal vastgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vastgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal vastgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vastgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vastgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal vastgemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vastgemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vastmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vastmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vastmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal vastmaken bijzin, toekomende tijd
zijn vastgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn vastgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn vastgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt vastgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou vastgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vastgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vastgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vastgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vastgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou vastgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vastgemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vastgemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vastgemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vastmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vastmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vastmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou vastmaken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) vastmaken vast zou(dt) maken bijzin, voorwaardelijk
zouden vastgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vastgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vastgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vastgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vastgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vastgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vastgemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vastgemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vastgemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vastmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vastmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vastmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden vastmaken bijzin, voorwaardelijk
zoudt vastgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vastgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vastgemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vastmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt vastmaken bijzin, voorwaardelijk
zullen vastgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vastgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vastgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vastgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vastgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vastgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vastgemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vastgemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vastgemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vastmaken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vastmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vastmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vastmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen vastmaken bijzin, toekomende tijd
zult vastgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van vast en maken

Woordfamilie van vastmaken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
maak vast gebiedende wijs vastmaken
maakt vast aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon vastmaken
maakte vast verleden tijd vastmaken
maakten vast aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon vastmaken
make vast woordvorm vastmaken
maken vast aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon vastmaken
vastgemaakt voltooid deelwoord vastmaken
vastgemaakte woordvorm vastmaken
vastmaak subordinate-clause, tegenwoordige tijd vastmaken
vastmaakt subordinate-clause, tegenwoordige tijd vastmaken
vastmaakte subordinate-clause, verleden tijd vastmaken
vastmaakten subordinate-clause, verleden tijd vastmaken
vastmake with-subordinate-clause vastmaken
vastmakend onvoltooid deelwoord vastmaken
vastmakende woordvorm vastmaken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vastmaken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over vastmaken

Hoe spreek ik vastmaken uit?
Zo spreek je vastmaken uit: /ˈvɑstˌmakə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van vastmaken?
Vastmaken is een werkwoord. De betekenis is: ervoor zorgen dat iets vastzit aan iets anders.
Hoe vervoeg ik vastmaken?
Zo vervoeg je vastmaken zo: het voltooid deelwoord is vastgemaakt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op vastmaken?

Er staan 31 woorden in dit woordenboek die op vastmaken rijmen, waaronder laken, maken en ontwaken. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op vastmaken, uitspraak ˈvɑstˌmakən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
laken 2
maken 2
ontwaken 3
braken 2
waken 2
bewaken 3
diaken 3
overmaken 4
raken 2
beddenlaken 4
kraken 2
staken 2
vermaken 3
taken 2
haken 2
genaken 3
ammelaken 4
aanspraken 3
autokraken 4
beddelaken 4
bosniaken 4
daken 2
doorbraken 3
fetisjzaken 4
geleidebaken 5
inbreukzaken 4
lemmeraken 4
levensmiddelenzaken 7
overheidstaken 5
spaken 2
vlaken 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vastmaken is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. A 1
  3. S 2
  4. T 2
  5. M 3
  6. A 1
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vastmaken levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. A 1
  3. S 2
  4. T 2
  5. M 3
  6. A 1
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 zonder bonus
  11. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vastmaken in het kort

vastmaken staat in dit woordenboek als werkwoord. Van vastmaken staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort vastmaken bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

vastmaken: ervoor zorgen dat iets vastzit aan iets anders
Deel vastmaken — standaardnederlands.nl