fixatie
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het fixeren, het vastzetten, het vasthechten
- een (overmatig) sterke belangstelling voor iets
- overmatig sterke binding aan een vroegere fase van de ontwikkeling (een bepaalde ervaring of persoon)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fixaties | meervoud |
| fixatietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| fixatietjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘volledige aandacht’ voor het eerst aangetroffen in 1932
Woordfamilie van fixatie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fixaties | meervoud | fixatie |
| fixatietje | verkleinwoord | fixatie |
| fixatietjes | verkleinwoord meervoud | fixatie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fixatie zijn vastgelegd.