Naar de inhoud

bevestigen

iemand mededelen dat iets zoals gevraagd is of verondersteld wordt

bevestigen

werkwoord bəˈvɛstəɣə(n)

Betekenis

  1. iemand mededelen dat iets zoals gevraagd is of verondersteld wordt
  2. vastmaken
  3. overtuigender maken
  4. iemand plechtig in een rang of waardigheid installeren
  5. een huwelijk ~: een huwelijk kerkelijk inzegenen

Hoe spreek je bevestigen uit?

/bəˈvɛstəxən/

Bevestigen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /bəˈvɛstəxən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ə de
v vis
ɛ bed
s sok
t tak
x acht
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van bevestigen

bevestigenhele werkwoord — bevestigdeverleden tijd enkelvoud — bevestigdenverleden tijd meervoud — bevestigdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bevestig bevestigde
jij bevestigt bevestigde
hij, zij, het bevestigt bevestigde
wij bevestigen bevestigden
jullie bevestigen bevestigden
zij bevestigen bevestigden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben bevestigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bevestigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bevestig gebiedende wijs
bevestigd verleden tijd, deelwoord
bevestigd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bevestigd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bevestigd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bevestigd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bevestigd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bevestigd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bevestigd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bevestigd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bevestigd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bevestigd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bevestigde verleden tijd
bevestige aanvoegende wijs
bevestigend onvoltooid, deelwoord
er is bevestigd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bevestigd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bevestigd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bevestigd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bevestigd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bevestigd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bevestigd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bevestigd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bevestigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bevestigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bevestigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bevestigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bevestigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bevestigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bevestigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bevestigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bevestigd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bevestigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bevestigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bevestigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bevestigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bevestigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bevestigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bevestigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bevestigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bevestigen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bevestigd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bevestigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bevestigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bevestigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bevestigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bevestigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bevestigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bevestigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bevestigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bevestigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bevestigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bevestigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bevestigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bevestigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bevestigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bevestigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bevestigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bevestigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bevestigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bevestigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bevestigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bevestigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bevestigd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bevestigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bevestigd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bevestigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bevestigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bevestigd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bevestigd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bevestigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bevestigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bevestigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn bevestigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bevestigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bevestigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bevestigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bevestigd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bevestigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bevestigd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bevestigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bevestigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bevestigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bevestigd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bevestigd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bevestigd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bevestigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bevestigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bevestigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden bevestigd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bevestigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bevestigd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bevestigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bevestigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bevestigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bevestigd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bevestigd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bevestigd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bevestigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bevestigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bevestigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt bevestigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bevestigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bevestigd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bevestigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen bevestigd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bevestigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bevestigd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bevestigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bevestigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bevestigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bevestigd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bevestigd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bevestigd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bevestigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bevestigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bevestigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bevestigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult bevestigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bevestigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bevestigd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bevestigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘vastmaken’ voor het eerst aangetroffen in 1410

Woordfamilie van bevestigen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bevestig gebiedende wijs bevestigen
bevestigd voltooid deelwoord bevestigen
bevestigde verleden tijd bevestigen
bevestigden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bevestigen
bevestige aanvoegende wijs bevestigen
bevestigt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bevestigen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bevestigen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over bevestigen

Hoe spreek ik bevestigen uit?
Zo spreek je bevestigen uit: /bəˈvɛstəɣə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van bevestigen?
Bevestigen is een werkwoord. De betekenis is: iemand mededelen dat iets zoals gevraagd is of verondersteld wordt. In totaal staan er 5 betekenissen.
Hoe vervoeg ik bevestigen?
Zo vervoeg je bevestigen zo: de tegenwoordige tijd is bevestig, de verleden tijd is bevestigde en het voltooid deelwoord is bevestigd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op bevestigen?

In dit woordenboek rijmen 2 woorden op -estigen op bevestigen, zoals vestigen en gezestigen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op bevestigen, uitspraak bəˈvɛstəxən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
vestigen 3
gezestigen 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bevestigen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. V 4
  4. E 1
  5. S 2
  6. T 2
  7. I 1
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bevestigen levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. V 4
  4. E 1
  5. S 2
  6. T 2
  7. I 2
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 zonder bonus
  12. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bevestigen in het kort

bevestigen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 5 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van bevestigen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort bevestigen bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

bevestigen: iemand mededelen dat iets zoals gevraagd is of verondersteld wordt
Deel bevestigen — standaardnederlands.nl