fixeer
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- zout (natriumthiosulfaat of ammoniumthiosulfaat) voor het fixeren van foto's, een fixeerzout
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van fixeren
- gebiedende wijs van fixeren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van fixeren
Vervoeging van fixeer
fixeerhele werkwoord