stileren
werkwoord stiˈlerə(n)Betekenis
- Iets in (een mooie) vorm of stijl brengen.
- uitbeelden in vereenvoudigde vorm
Hoe spreek je stileren uit?
/stiˈlerən/
Stileren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| i | riet |
| l | land |
| e | veel |
| r | rood |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van stileren
stilerenhele werkwoord — stileerdeverleden tijd enkelvoud — stileerdenverleden tijd meervoud — gestileerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | stileer | stileerde |
| jij | stileert | stileerde |
| hij, zij, het | stileert | stileerde |
| wij | stileren | stileerden |
| jullie | stileren | stileerden |
| zij | stileren | stileerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gestileerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gestileerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gestileerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gestileerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gestileerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gestileerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gestileerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gestileerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gestileerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gestileerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gestileerd | verleden tijd, deelwoord |
| gestileerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gestileerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gestileerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gestileerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gestileerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gestileerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gestileerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gestileerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gestileerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gestileerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gestileerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gestileerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gestileerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gestileerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gestileerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gestileerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gestileerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gestileerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gestileerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gestileerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gestileerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gestileerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gestileerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gestileerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gestileerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gestileerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gestileerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| stileer | gebiedende wijs |
| stileerde | verleden tijd |
| stilere | aanvoegende wijs |
| stilerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gestileerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te stileren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen stileren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gestileerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gestileerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gestileerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gestileerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gestileerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gestileerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gestileerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gestileerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gestileerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gestileerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gestileerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gestileerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gestileerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gestileerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gestileerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gestileerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gestileerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gestileerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gestileerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gestileerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gestileerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gestileerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gestileerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gestileerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gestileerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gestileerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gestileerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal stileren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal stileren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal stileren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gestileerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gestileerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gestileerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gestileerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gestileerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gestileerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gestileerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gestileerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gestileerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gestileerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gestileerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gestileerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gestileerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou stileren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou stileren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou stileren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gestileerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gestileerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gestileerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gestileerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gestileerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gestileerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gestileerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gestileerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gestileerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden stileren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden stileren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden stileren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gestileerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gestileerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gestileerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt stileren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gestileerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gestileerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gestileerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gestileerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gestileerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gestileerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gestileerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gestileerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gestileerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen stileren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen stileren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen stileren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen stileren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gestileerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gestileerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gestileerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult stileren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘in stijlvorm brengen’ voor het eerst aangetroffen in 1863
Woordfamilie van stileren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stileer | gebiedende wijs | stileren |
| stileerde | verleden tijd | stileren |
| stileerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | stileren |
| stileert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | stileren |
| stilere | aanvoegende wijs | stileren |
| stilerend | onvoltooid deelwoord | stileren |
| stilerende | woordvorm | stileren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stileren zijn vastgelegd.