redigeren
werkwoordBetekenis
- op schrift onder woorden brengen
- de redactie voeren van
Vervoeging van redigeren
redigerenhele werkwoord — redigeerdeverleden tijd enkelvoud — redigeerdenverleden tijd meervoud — geredigeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | redigeer | redigeerde |
| jij | redigeert | redigeerde |
| hij, zij, het | redigeert | redigeerde |
| wij | redigeren | redigeerden |
| jullie | redigeren | redigeerden |
| zij | redigeren | redigeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geredigeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geredigeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geredigeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geredigeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geredigeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geredigeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geredigeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geredigeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geredigeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geredigeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geredigeerd | verleden tijd, deelwoord |
| geredigeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geredigeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geredigeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geredigeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geredigeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geredigeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geredigeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geredigeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geredigeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geredigeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geredigeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geredigeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geredigeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geredigeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geredigeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geredigeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geredigeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geredigeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geredigeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geredigeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geredigeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geredigeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geredigeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geredigeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geredigeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geredigeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geredigeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| redigeer | gebiedende wijs |
| redigeerde | verleden tijd |
| redigere | aanvoegende wijs |
| redigerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geredigeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te redigeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen redigeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geredigeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geredigeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geredigeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geredigeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geredigeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geredigeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geredigeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geredigeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geredigeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geredigeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geredigeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geredigeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geredigeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geredigeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geredigeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geredigeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geredigeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geredigeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geredigeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geredigeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geredigeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geredigeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geredigeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geredigeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geredigeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geredigeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geredigeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal redigeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal redigeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal redigeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geredigeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geredigeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geredigeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geredigeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geredigeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geredigeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geredigeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geredigeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geredigeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geredigeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geredigeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geredigeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geredigeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou redigeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou redigeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou redigeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geredigeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geredigeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geredigeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geredigeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geredigeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geredigeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geredigeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geredigeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geredigeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden redigeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden redigeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden redigeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geredigeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geredigeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geredigeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt redigeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geredigeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geredigeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geredigeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geredigeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geredigeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geredigeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geredigeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geredigeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geredigeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen redigeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen redigeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen redigeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen redigeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geredigeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geredigeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geredigeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult redigeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘in goede vorm op schrift krijgen’ voor het eerst aangetroffen in 1520
Woordfamilie van redigeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geredigeerd | voltooid deelwoord | redigeren |
| redigeer | gebiedende wijs | redigeren |
| redigeerde | verleden tijd | redigeren |
| redigeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | redigeren |
| redigeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | redigeren |
| redigere | aanvoegende wijs | redigeren |
| redigerend | onvoltooid deelwoord | redigeren |
| redigerende | woordvorm | redigeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van redigeren zijn vastgelegd.