Naar de inhoud

opmaken

iets verbruiken tot het op is

opmaken is meer dan één woord

opmaken

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈɔpmakə(n)

Betekenis

  1. iets verbruiken tot het op is
  2. iets concluderen, begrijpen
  3. make-up aanbrengen
  4. een tekstdocument opstellen of vormgeven
  5. iets klaarmaken

Hoe spreek je opmaken uit?

/ˈɔpmakən/

Opmaken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɔpmakən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
p pak
m maan
a maan
k kat
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. uitrekenen en documenteren transitive
  2. iets klaarmaken / opruimen voor gebruik transitive

Vervoeging van opmaken

opmakenhele werkwoord — maakte opverleden tijd enkelvoud — maakten opverleden tijd meervoud — opgemaaktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik maak op maakte op
jij maakt op maakte op
hij, zij, het maakt op maakte op
wij maken op maakten op
jullie maken op maakten op
zij maken op maakten op
Alle 158 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben opgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent opgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is opgemaakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was opgemaakt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd opgemaakt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt opgemaakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal opgemaakt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal opgemaakt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou opgemaakt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou opgemaakt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had opgemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had opgemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had opgemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden opgemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden opgemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden opgemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt opgemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb opgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgemaakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben opgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben opgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt opgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is opgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is opgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
maak op gebiedende wijs
maak u/je op, maakt je op gebiedende wijs
maakte op verleden tijd
op te maken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen maken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal maken bijzin, toekomende tijd
op zou maken bijzin, voorwaardelijk
op zouden maken bijzin, voorwaardelijk
op zoudt maken bijzin, voorwaardelijk
op zullen maken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen maken bijzin, toekomende tijd
op zult maken bijzin, toekomende tijd
opgemaakt verleden tijd, deelwoord
opgemaakt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgemaakt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgemaakt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgemaakt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgemaakt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgemaakt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgemaakt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgemaakt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgemaakt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgemaakt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opmaak bijzin, tegenwoordige tijd
opmaakt bijzin, tegenwoordige tijd
opmaakte bijzin, verleden tijd
opmaakten bijzin, verleden tijd
opmakend onvoltooid, deelwoord
te hebben opgemaakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen opmaken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart opgemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren opgemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was opgemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was opgemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was opgemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd opgemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd opgemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd opgemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden opgemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden opgemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden opgemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt opgemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word opgemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden opgemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden opgemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden opgemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt opgemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt opgemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal me opmaken eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal opgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal opgemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal opmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal opmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal opmaken bijzin, toekomende tijd
zal zich opmaken derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je opmaken tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich opgemaakt hebben verleden tijd
zich opmakend onvoltooid, deelwoord
zijn opgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn opgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn opgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt opgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou opgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou opgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou opmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou opmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou opmaken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) opmaken op zou(dt) maken bijzin, voorwaardelijk
zouden opgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden opmaken bijzin, voorwaardelijk
zoudt opgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt opmaken bijzin, voorwaardelijk
zullen je opmaken tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons opmaken eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen opgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord opmaak

Herkomst

samenstelling van op en maken

Woordfamilie van opmaken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
maak op gebiedende wijs opmaken
maakt op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon opmaken
maakte op verleden tijd opmaken
maakten op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon opmaken
make op woordvorm opmaken
maken op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon opmaken
opgemaakt voltooid deelwoord opmaken
opmaakt subordinate-clause, tegenwoordige tijd opmaken
opmaakte subordinate-clause, verleden tijd opmaken
opmaakten subordinate-clause, verleden tijd opmaken
opmake with-subordinate-clause opmaken
opmakend onvoltooid deelwoord opmaken
opmakende woordvorm opmaken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opmaken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over opmaken

Hoe spreek ik opmaken uit?
Zo spreek je opmaken uit: /ˈɔpmakə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van opmaken?
Opmaken is een werkwoord. De betekenis is: iets verbruiken tot het op is. In totaal staan er 7 betekenissen.
Hoe vervoeg ik opmaken?
Zo vervoeg je opmaken zo: het voltooid deelwoord is opgemaakt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord opmaken is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. M 3
  4. A 1
  5. K 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

opmaken levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 106 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. M 3
  4. A 1
  5. K 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 zonder bonus
  9. 106 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

opmaken telt 7 letters, waarvan 7 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

opmaken in het kort

opmaken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 7 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van opmaken staan er 99 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort opmaken bij een woordfamilie van 13 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

opmaken: iets verbruiken tot het op is
Deel opmaken — standaardnederlands.nl