Naar de inhoud

stellen

doen staan, in een bepaalde positie brengen

stellen is meer dan één woord

stellen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈstɛlə(n)

Betekenis

  1. doen staan, in een bepaalde positie brengen
  2. beweren, verklaren
  3. als gegeven, vaststaand feit aannemen
  4. de sterkte van een oplossing middels titratie nader bepalen
  5. zich ~ zich beschikbaar maken
  6. doen staan
  7. plaatsen, zetten
  8. verhalen, beschrijven

Hoe spreek je stellen uit?

/ˈstɛlən/

Stellen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈstɛlən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
t tak
ɛ bed
l land
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. het uitspreken van iets
  2. genoegen nemen met

Vervoeging van stellen

stellenhele werkwoord — steldeverleden tijd enkelvoud — steldenverleden tijd meervoud — gesteldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stel stelde
jij stelt stelde
hij, zij, het stelt stelde
wij stellen stelden
jullie stellen stelden
zij stellen stelden
Alle 97 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gesteld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gesteld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gesteld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gesteld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gesteld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gesteld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gesteld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gesteld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gesteld verleden tijd, deelwoord
gesteld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesteld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesteld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stel gebiedende wijs
stel me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
stel u/je , stelt je gebiedende wijs
stelde verleden tijd
stelde je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
stelde me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
stelde u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
stelde u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
stelde zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
stelde zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
stelde zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
stelden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
stelden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
stelden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
stelle aanvoegende wijs
stelle zich aanvoegende wijs
stellen je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
stellen ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
stellen zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
stellend onvoltooid, deelwoord
stelt je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
stelt u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
stelt u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
stelt zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
stelt zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
stelt zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
te hebben gesteld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te stellen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen stellen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gesteld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesteld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal me stellen eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal stellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal stellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal stellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal zich stellen derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je stellen tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich gesteld hebben verleden tijd
zich stellend onvoltooid, deelwoord
zou gesteld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesteld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou stellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou stellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou stellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesteld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesteld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden stellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden stellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden stellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt stellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesteld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesteld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen je stellen tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons stellen eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen stellen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen stellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen stellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen stellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen zich stellen derde persoon, toekomende tijd, meervoud
zult gesteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult stellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult u stellen tweede persoon
zult u stellen tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zult zich/u stellen tweede persoon
zult zich/u stellen tweede persoon, toekomende tijd, meervoud

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord stel

Herkomst

In de betekenis van ‘plaatsen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1260

Woordfamilie van stellen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
stelde verleden tijd stellen
stelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon stellen
stelle aanvoegende wijs stellen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stellen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over stellen

Hoe spreek je stellen uit?
De uitspraak van stellen is: /ˈstɛlə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent stellen?
Stellen is een werkwoord. Het woord betekent: doen staan, in een bepaalde positie brengen. Deze pagina beschrijft 10 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je stellen?
Je vervoegt stellen als volgt: de tegenwoordige tijd is stel, de verleden tijd is stelde en het voltooid deelwoord is gesteld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op stellen?

In dit woordenboek rijmen 38 woorden op -ellen op stellen, zoals vertellen, samenstellen en spellen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op stellen, uitspraak ˈstɛlən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
vertellen 3
samenstellen 4
spellen 2
opbellen 3
bellen 2
bestellen 3
voorspellen 3
vervellen 3
tevredenstellen 5
wellen 2
ellen 2
verstellen 3
internetbellen 5
kokkerellen 4
gallon 2
bikkelspellen 4
cellen 2
croquetspellen 4
damesenkelspelen 6
detectivespellen 6
deviatietabellen 7
foltercellen 4
geitenvellen 4
gelijkspellen 4
getijdentabellen 6
hinkelspellen 4
homostellen 4
kerkbellen 4
libellen 3
liederspelen 4
moraliteitenspelen 7
nellen 2
novellen 3
predictiemodellen 6
scherpstellen 4
seychellen 3
slotkapellen 4
zakschaakspellen 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord stellen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. T 2
  3. E 1
  4. L 3
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

stellen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 97 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. T 2
  3. E 1
  4. L 3
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 zonder bonus
  9. 97 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

stellen telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

stellen in het kort

stellen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 10 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van stellen zijn 68 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort stellen bij een woordfamilie van 3 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

stellen: doen staan, in een bepaalde positie brengen
Deel stellen — standaardnederlands.nl