solderen
werkwoord sɔlˈderə(n)Betekenis
- door verhitting vloeibare tussenstof (het soldeer) aanbrengen tussen losse metaaldelen waardoor deze na afkoeling vast verbonden blijven
- geheel voldoen van een rekening
- tegen een verlaagde prijs verkopen
Hoe spreek je solderen uit?
/sɔlˈderən/
Solderen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| ɔ | bot |
| l | land |
| d | dak |
| e | veel |
| r | rood |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van solderen
solderenhele werkwoord — soldeerdeverleden tijd enkelvoud — soldeerdenverleden tijd meervoud — gesoldeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | soldeer | soldeerde |
| jij | soldeert | soldeerde |
| hij, zij, het | soldeert | soldeerde |
| wij | solderen | soldeerden |
| jullie | solderen | soldeerden |
| zij | solderen | soldeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gesoldeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gesoldeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gesoldeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gesoldeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gesoldeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gesoldeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gesoldeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gesoldeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gesoldeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gesoldeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gesoldeerd | verleden tijd, deelwoord |
| gesoldeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gesoldeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gesoldeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesoldeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesoldeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesoldeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gesoldeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gesoldeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gesoldeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gesoldeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gesoldeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gesoldeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gesoldeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gesoldeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gesoldeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gesoldeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gesoldeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gesoldeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesoldeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gesoldeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesoldeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gesoldeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gesoldeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesoldeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesoldeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gesoldeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gesoldeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| soldeer | gebiedende wijs |
| soldeerde | verleden tijd |
| soldere | aanvoegende wijs |
| solderend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gesoldeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te solderen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen solderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gesoldeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gesoldeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gesoldeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gesoldeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gesoldeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gesoldeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gesoldeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gesoldeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gesoldeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gesoldeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gesoldeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gesoldeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gesoldeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gesoldeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gesoldeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gesoldeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gesoldeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gesoldeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gesoldeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gesoldeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gesoldeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesoldeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gesoldeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gesoldeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesoldeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gesoldeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesoldeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal solderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal solderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal solderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gesoldeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gesoldeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gesoldeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gesoldeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gesoldeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesoldeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesoldeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gesoldeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesoldeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gesoldeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesoldeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesoldeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesoldeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou solderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou solderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou solderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gesoldeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gesoldeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gesoldeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gesoldeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gesoldeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gesoldeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gesoldeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gesoldeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gesoldeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden solderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden solderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden solderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gesoldeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gesoldeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gesoldeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt solderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gesoldeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gesoldeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gesoldeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gesoldeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gesoldeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gesoldeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gesoldeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gesoldeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gesoldeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen solderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen solderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen solderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen solderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gesoldeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gesoldeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gesoldeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult solderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
[1] via Middelnederlands souderen van Frans souder ww , in de betekenis van ‘metaal aaneenhechten’ voor het eerst aangetroffen in 1438
Woordfamilie van solderen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gesoldeerd | voltooid deelwoord | solderen |
| gesoldeerde | woordvorm | solderen |
| soldeerde | verleden tijd | solderen |
| soldeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | solderen |
| soldeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | solderen |
| soldere | aanvoegende wijs | solderen |
| solderend | onvoltooid deelwoord | solderen |
| solderende | woordvorm | solderen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van solderen zijn vastgelegd.