lassen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- door plaatselijke sterke verhitting van de voeg twee metalen voorwerpen met elkaar verbinden
- laten
Vervoeging van lassen
lassenhele werkwoord — lasteverleden tijd enkelvoud — lastenverleden tijd meervoud — gelastvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | las | laste |
| jij | last | laste |
| hij, zij, het | last | laste |
| wij | lassen | lasten |
| jullie | lassen | lasten |
| zij | lassen | lasten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gelast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gelast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gelast | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gelast | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gelast | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gelast | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gelast worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gelast zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gelast worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gelast zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gelast | verleden tijd, deelwoord |
| gelast te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gelast te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gelast te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelast te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelast te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelast worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gelast zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gelast zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gelast zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gelast zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gelast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gelast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gelast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gelast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gelast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gelast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gelast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gelast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelast | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gelast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gelast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gelast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gelast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gelast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| las | gebiedende wijs |
| lasse | aanvoegende wijs |
| lassend | onvoltooid, deelwoord |
| laste | verleden tijd |
| te hebben gelast | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te lassen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen lassen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gelast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gelast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gelast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gelast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gelast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gelast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gelast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gelast | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gelast | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gelast | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gelast | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gelast | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gelast | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gelast | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gelast | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gelast | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gelast | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gelast | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gelast | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gelast | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gelast hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gelast hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gelast worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelast worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gelast zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelast zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal lassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal lassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal lassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gelast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gelast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gelast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gelast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gelast hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelast hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gelast worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelast worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gelast worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelast zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelast zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelast zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou lassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou lassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou lassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gelast hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gelast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gelast hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gelast worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gelast worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gelast worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gelast zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gelast zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gelast zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden lassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden lassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden lassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gelast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gelast worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gelast zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt lassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gelast hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gelast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gelast hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gelast worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gelast worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gelast worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gelast zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gelast zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gelast zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen lassen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen lassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen lassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen lassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gelast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gelast worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gelast zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult lassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord las
Herkomst
In de betekenis van ‘een verbinding maken’ voor het eerst aangetroffen in 1317
Woordfamilie van lassen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lasse | aanvoegende wijs | lassen |
| lassend | onvoltooid deelwoord | lassen |
| lassende | woordvorm | lassen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lassen zijn vastgelegd.