lijmen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈlɛimə(n)Betekenis
- twee of meer delen aan elkaar bevestigen met behulp van een kleefstof
Hoe spreek je lijmen uit?
/ˈlɛimən/
Lijmen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| ɛi | trein |
| m | maan |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van lijmen
lijmenhele werkwoord — lijmdeverleden tijd enkelvoud — lijmdenverleden tijd meervoud — gelijmdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | lijm | lijmde |
| jij | lijmt | lijmde |
| hij, zij, het | lijmt | lijmde |
| wij | lijmen | lijmden |
| jullie | lijmen | lijmden |
| zij | lijmen | lijmden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gelijmd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gelijmd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gelijmd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gelijmd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gelijmd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gelijmd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gelijmd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gelijmd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gelijmd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gelijmd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gelijmd | verleden tijd, deelwoord |
| gelijmd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gelijmd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gelijmd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelijmd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelijmd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelijmd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gelijmd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gelijmd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gelijmd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gelijmd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gelijmd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gelijmd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gelijmd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gelijmd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gelijmd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gelijmd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gelijmd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gelijmd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelijmd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gelijmd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelijmd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gelijmd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gelijmd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelijmd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelijmd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gelijmd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gelijmd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| lijm | gebiedende wijs |
| lijmde | verleden tijd |
| lijme | aanvoegende wijs |
| lijmend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gelijmd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te lijmen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen lijmen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gelijmd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gelijmd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gelijmd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gelijmd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gelijmd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gelijmd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gelijmd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gelijmd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gelijmd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gelijmd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gelijmd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gelijmd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gelijmd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gelijmd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gelijmd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gelijmd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gelijmd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gelijmd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gelijmd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gelijmd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gelijmd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelijmd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gelijmd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gelijmd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelijmd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gelijmd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelijmd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal lijmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal lijmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal lijmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gelijmd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gelijmd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gelijmd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gelijmd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gelijmd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelijmd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelijmd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gelijmd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelijmd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gelijmd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelijmd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelijmd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelijmd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou lijmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou lijmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou lijmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gelijmd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gelijmd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gelijmd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gelijmd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gelijmd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gelijmd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gelijmd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gelijmd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gelijmd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden lijmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden lijmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden lijmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gelijmd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gelijmd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gelijmd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt lijmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gelijmd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gelijmd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gelijmd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gelijmd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gelijmd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gelijmd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gelijmd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gelijmd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gelijmd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen lijmen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen lijmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen lijmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen lijmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gelijmd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gelijmd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gelijmd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult lijmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord lijm
Woordfamilie van lijmen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gelijmd | voltooid deelwoord | lijmen |
| gelijmde | woordvorm | lijmen |
| lijmde | verleden tijd | lijmen |
| lijmden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | lijmen |
| lijme | aanvoegende wijs | lijmen |
| lijmend | onvoltooid deelwoord | lijmen |
| lijmende | woordvorm | lijmen |
| lijmt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | lijmen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lijmen zijn vastgelegd.