Naar de inhoud

klinken

een bepaald geluid (klank) voortbrengen

klinken is meer dan één woord

klinken

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈklɪŋkə(n)

Betekenis

  1. een bepaald geluid (klank) voortbrengen
  2. een glas tegen dat van een ander stoten bij een heildronk, proosten
  3. met klinknagels vastmaken, vastklinken
  4. vastspijkeren

Hoe spreek je klinken uit?

/ˈklɪŋkən/

Klinken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈklɪŋkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
k kat
l land
ɪ pit
ŋ ding
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van klinken

klinkenhele werkwoord — klonkverleden tijd enkelvoud — klonkenverleden tijd meervoud — geklonkenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik klink klonk
jij klinkt klonk
hij, zij, het klinkt klonk
wij klinken klonken
jullie klinken klonken
zij klinken klonken
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geklonken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geklonken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geklonken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geklonken impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geklonken impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geklonken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geklonken worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geklonken zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geklonken worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geklonken zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geklonken verleden tijd, deelwoord
geklonken te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geklonken te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geklonken te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geklonken te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geklonken te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geklonken worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geklonken zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geklonken zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geklonken zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geklonken zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geklonken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geklonken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geklonken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geklonken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geklonken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geklonken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geklonken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geklonken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geklonken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geklonken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geklonken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geklonken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geklonken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geklonken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geklonken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geklonken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geklonken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
klink gebiedende wijs
klinke aanvoegende wijs
klinkend onvoltooid, deelwoord
klonk verleden tijd
te hebben geklonken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te klinken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen klinken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geklonken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geklonken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geklonken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geklonken voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geklonken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geklonken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geklonken voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geklonken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geklonken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geklonken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geklonken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geklonken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geklonken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geklonken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geklonken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geklonken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geklonken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geklonken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geklonken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geklonken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geklonken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geklonken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geklonken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geklonken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geklonken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geklonken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geklonken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal klinken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal klinken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal klinken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geklonken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geklonken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geklonken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geklonken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geklonken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geklonken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geklonken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geklonken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geklonken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geklonken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geklonken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geklonken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geklonken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou klinken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou klinken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou klinken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geklonken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geklonken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geklonken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geklonken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geklonken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geklonken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geklonken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geklonken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geklonken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden klinken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden klinken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden klinken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geklonken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geklonken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geklonken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt klinken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geklonken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geklonken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geklonken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geklonken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geklonken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geklonken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geklonken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geklonken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geklonken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen klinken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen klinken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen klinken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen klinken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geklonken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geklonken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geklonken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult klinken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord klink

Herkomst

In de betekenis van ‘vastslaan’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1350

Woordfamilie van klinken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geklonken voltooid deelwoord klinken
klinke aanvoegende wijs klinken
klinkt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon klinken
klonk verleden tijd klinken
klonken aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon klinken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van klinken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over klinken

Hoe spreek ik klinken uit?
Zo spreek je klinken uit: /ˈklɪŋkə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van klinken?
Klinken is een werkwoord. De betekenis is: een bepaald geluid (klank) voortbrengen. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik klinken?
Zo vervoeg je klinken zo: de tegenwoordige tijd is klink, de verleden tijd is klonk en het voltooid deelwoord is geklonken. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op klinken?

In dit woordenboek rijmen 15 woorden op -inken op klinken, zoals drinken, verdrinken en zinken. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op klinken, uitspraak ˈklɪŋkən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
drinken 2
verdrinken 3
zinken 2
bezinken 3
hinken 2
stinken 2
slinken 2
verminken 3
pinken 2
vinken 2
verlinken 3
verpinken 3
schinken 2
skinken 2
syncen 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord klinken is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. L 3
  3. I 1
  4. N 1
  5. K 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

klinken levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 100 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. L 3
  3. I 2
  4. N 1
  5. K 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 zonder bonus
  9. 100 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

klinken telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

klinken in het kort

klinken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van klinken staan er 76 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort klinken bij een woordfamilie van 5 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

klinken: een bepaald geluid (klank) voortbrengen
Deel klinken — standaardnederlands.nl