smeerder
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een van de laagste rangen op een schip, iemand die de smerigste en zwaarste klusjes opknapt.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| smeerders | meervoud |
| smeerdertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| smeerdertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Afgeleid van smeren met het achtervoegsel -der
Woordfamilie van smeerder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| smeerders | meervoud | smeerder |
| smeerdertje | verkleinwoord | smeerder |
| smeerdertjes | verkleinwoord meervoud | smeerder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van smeerder zijn vastgelegd.