kladden
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- knoeien, vlekken maken
Vervoeging van kladden
kladdenhele werkwoord — kladdeverleden tijd enkelvoud — gekladvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | klad | kladde |
| jij | kladt | kladde |
| hij, zij, het | kladt | kladde |
| wij | kladden | — |
| jullie | kladden | — |
| zij | kladden | — |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is geklad | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geklad | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geklad | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geklad | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geklad worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geklad zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geklad worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geklad zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geklad | verleden tijd, deelwoord |
| geklad te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geklad zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geklad | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geklad | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geklad | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geklad | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geklad | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geklad | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geklad | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geklad | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geklad | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geklad | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geklad | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geklad | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geklad | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geklad | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geklad | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| klad | gebiedende wijs |
| kladde | verleden tijd |
| kladde | aanvoegende wijs |
| kladdend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geklad | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te kladden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen kladden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geklad hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geklad hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geklad hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal kladden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal kladden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal kladden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geklad hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geklad hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geklad hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou kladden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou kladden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou kladden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geklad hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geklad hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geklad hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden kladden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden kladden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden kladden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geklad hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt kladden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geklad hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geklad hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geklad hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen kladden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen kladden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen kladden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen kladden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geklad hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult kladden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van kladden
Vervoeging van kladden
kladdenhele werkwoord — kladdeverleden tijd enkelvoud — gekladvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | klad | kladde |
| jij | kladt | kladde |
| hij, zij, het | kladt | kladde |
| wij | kladden | — |
| jullie | kladden | — |
| zij | kladden | — |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is geklad | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geklad | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geklad | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geklad | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geklad worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geklad zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geklad worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geklad zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geklad | verleden tijd, deelwoord |
| geklad te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geklad zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geklad | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geklad | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geklad | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geklad | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geklad | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geklad | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geklad | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geklad | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geklad | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geklad | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geklad | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geklad | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geklad | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geklad | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geklad | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| klad | gebiedende wijs |
| kladde | verleden tijd |
| kladde | aanvoegende wijs |
| kladdend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geklad | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te kladden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen kladden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geklad hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geklad hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geklad hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal kladden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal kladden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal kladden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geklad hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geklad hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geklad hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou kladden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou kladden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou kladden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geklad hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geklad hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geklad hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden kladden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden kladden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden kladden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geklad hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt kladden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geklad hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geklad hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geklad hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen kladden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen kladden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen kladden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen kladden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geklad hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult kladden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord klad
Woordfamilie van kladden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geklad | voltooid deelwoord | kladden |
| gekladde | woordvorm | kladden |
| kladde | verleden tijd | kladden |
| kladdend | onvoltooid deelwoord | kladden |
| kladdende | woordvorm | kladden |
| kladt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | kladden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kladden zijn vastgelegd.