Naar de inhoud

signaleren

het constateren van iets, en er vervolgens op attenderen door het geven van een signaal meestal ter waarschuwing over gevaar, onraad, bijzondere omstandigheden of gebeurtenissen

signaleren

werkwoord sɪɲaˈlerə(n)

Betekenis

  1. het constateren van iets, en er vervolgens op attenderen door het geven van een signaal meestal ter waarschuwing over gevaar, onraad, bijzondere omstandigheden of gebeurtenissen

Hoe spreek je signaleren uit?

/sɪnjaˈlerən/

Signaleren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.

De tekens in /sɪnjaˈlerən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
ɪ pit
n nek
j ja
a maan
l land
e veel
r rood
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van signaleren

signalerenhele werkwoord — signaleerdeverleden tijd enkelvoud — signaleerdenverleden tijd meervoud — gesignaleerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik signaleer signaleerde
jij signaleert signaleerde
hij, zij, het signaleert signaleerde
wij signaleren signaleerden
jullie signaleren signaleerden
zij signaleren signaleerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gesignaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gesignaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gesignaleerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gesignaleerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gesignaleerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gesignaleerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gesignaleerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gesignaleerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gesignaleerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gesignaleerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gesignaleerd verleden tijd, deelwoord
gesignaleerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gesignaleerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gesignaleerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesignaleerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesignaleerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesignaleerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gesignaleerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gesignaleerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gesignaleerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gesignaleerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesignaleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesignaleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesignaleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesignaleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesignaleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesignaleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesignaleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesignaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesignaleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesignaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesignaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesignaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesignaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesignaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesignaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gesignaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gesignaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
signaleer gebiedende wijs
signaleerde verleden tijd
signalere aanvoegende wijs
signalerend onvoltooid, deelwoord
te hebben gesignaleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te signaleren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen signaleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gesignaleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gesignaleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gesignaleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gesignaleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gesignaleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gesignaleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gesignaleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gesignaleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gesignaleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gesignaleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gesignaleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gesignaleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gesignaleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gesignaleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gesignaleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gesignaleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gesignaleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gesignaleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gesignaleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gesignaleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gesignaleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesignaleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesignaleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gesignaleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesignaleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gesignaleerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesignaleerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal signaleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal signaleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal signaleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gesignaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gesignaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gesignaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gesignaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gesignaleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesignaleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesignaleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gesignaleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesignaleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gesignaleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesignaleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesignaleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesignaleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou signaleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou signaleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou signaleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesignaleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesignaleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesignaleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gesignaleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gesignaleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gesignaleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gesignaleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesignaleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesignaleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden signaleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden signaleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden signaleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesignaleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gesignaleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gesignaleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt signaleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesignaleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesignaleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesignaleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gesignaleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gesignaleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gesignaleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gesignaleerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesignaleerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesignaleerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen signaleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen signaleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen signaleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen signaleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesignaleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gesignaleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gesignaleerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult signaleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse signaler (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van signaleren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
signaleer gebiedende wijs signaleren
signaleerde verleden tijd signaleren
signaleerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon signaleren
signaleert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon signaleren
signalere aanvoegende wijs signaleren
signalerend onvoltooid deelwoord signaleren
signalerende woordvorm signaleren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van signaleren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over signaleren

Hoe spreek ik signaleren uit?
Zo spreek je signaleren uit: /sɪɲaˈlerə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van signaleren?
Signaleren is een werkwoord. De betekenis is: het constateren van iets, en er vervolgens op attenderen door het geven van een signaal meestal ter waarschuwing over gevaar, onraad, bijzondere omstandigheden of gebeurtenissen.
Hoe vervoeg ik signaleren?
Zo vervoeg je signaleren zo: de tegenwoordige tijd is signaleer, de verleden tijd is signaleerde en het voltooid deelwoord is gesignaleerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op signaleren?

Op signaleren rijmen 395 woorden, onder andere abonneren, controleren en centrifugeren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord signaleren is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. I 1
  3. G 3
  4. N 1
  5. A 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

signaleren levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. I 2
  3. G 3
  4. N 1
  5. A 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 zonder bonus
  12. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

signaleren in het kort

signaleren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van signaleren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort signaleren bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

signaleren: het constateren van iets, en er vervolgens op attenderen door het geven van een signaal meestal ter waarschuwing over gevaar, onraad, bijzondere omstandigheden of gebeurtenissen
Deel signaleren — standaardnederlands.nl