Naar de inhoud

doorgeven

iets wat men ontvangen heeft aan de volgende persoon geven

doorgeven

werkwoord ˈdorɣevə(n)

Betekenis

  1. iets wat men ontvangen heeft aan de volgende persoon geven

Hoe spreek je doorgeven uit?

/ˈdorxevən/

Doorgeven bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈdorxevən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
d dak
o boot
r rood
x acht
e veel
v vis
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van doorgeven

doorgevenhele werkwoord — gaf doorverleden tijd enkelvoud — gaven doorverleden tijd meervoud — doorgegevenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik geef door gaf door
jij geeft door gaaft door
hij, zij, het geeft door gaf door
wij geven door gaven door
jullie geven door gaven door
zij geven door gaven door
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben doorgegeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent doorgegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
door te geven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
door te zullen geven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
door zal geven bijzin, toekomende tijd
door zou geven bijzin, voorwaardelijk
door zouden geven bijzin, voorwaardelijk
door zoudt geven bijzin, voorwaardelijk
door zullen geven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
door zullen geven bijzin, toekomende tijd
door zult geven bijzin, toekomende tijd
doorgaaft bijzin, verleden tijd
doorgaf bijzin, verleden tijd
doorgaven bijzin, verleden tijd
doorgeef bijzin, tegenwoordige tijd
doorgeeft bijzin, tegenwoordige tijd
doorgegeven verleden tijd, deelwoord
doorgegeven te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doorgegeven te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doorgegeven te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgegeven te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgegeven te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgegeven worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doorgegeven zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doorgegeven zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorgegeven zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorgegeven zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorgevend onvoltooid, deelwoord
er is doorgegeven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was doorgegeven impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd doorgegeven impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt doorgegeven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal doorgegeven worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal doorgegeven zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou doorgegeven worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou doorgegeven zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gaf door verleden tijd
geef door gebiedende wijs
had doorgegeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had doorgegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had doorgegeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden doorgegeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden doorgegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden doorgegeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt doorgegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb doorgegeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorgegeven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben doorgegeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorgegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben doorgegeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt doorgegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorgegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorgegeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is doorgegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is doorgegeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben doorgegeven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen doorgeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart doorgegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren doorgegeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren doorgegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren doorgegeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
was doorgegeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was doorgegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was doorgegeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd doorgegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd doorgegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd doorgegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden doorgegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden doorgegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden doorgegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt doorgegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word doorgegeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden doorgegeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden doorgegeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden doorgegeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt doorgegeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt doorgegeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal doorgegeven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorgegeven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal doorgegeven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doorgegeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorgegeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal doorgegeven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorgegeven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doorgeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doorgeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doorgeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal doorgeven bijzin, toekomende tijd
zijn doorgegeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn doorgegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn doorgegeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt doorgegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou doorgegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doorgegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doorgegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou doorgegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doorgegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou doorgegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doorgegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doorgegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doorgegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou doorgeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou doorgeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou doorgeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou doorgeven bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) doorgeven door zou(dt) geven bijzin, voorwaardelijk
zouden doorgegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden doorgegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden doorgegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doorgegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden doorgegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden doorgegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doorgegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden doorgegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden doorgegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doorgeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden doorgeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden doorgeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden doorgeven bijzin, voorwaardelijk
zoudt doorgegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt doorgegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt doorgegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt doorgeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt doorgeven bijzin, voorwaardelijk
zullen doorgegeven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen doorgegeven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen doorgegeven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen doorgegeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen doorgegeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen doorgegeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen doorgegeven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen doorgegeven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen doorgegeven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen doorgeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen doorgeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen doorgeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen doorgeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen doorgeven bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van door bw en geven ww

Woordfamilie van doorgeven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
doorgaf subordinate-clause, verleden tijd doorgeven
doorgeef subordinate-clause, tegenwoordige tijd doorgeven
doorgeeft subordinate-clause, tegenwoordige tijd doorgeven
doorgegeven voltooid deelwoord doorgeven
doorgeve with-subordinate-clause doorgeven
doorgevend onvoltooid deelwoord doorgeven
doorgevende woordvorm doorgeven
gaf door verleden tijd doorgeven
gaven door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon doorgeven
geef door gebiedende wijs doorgeven
geeft door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon doorgeven
geve door woordvorm doorgeven
geven door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon doorgeven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doorgeven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over doorgeven

Hoe spreek ik doorgeven uit?
Zo spreek je doorgeven uit: /ˈdorɣevə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van doorgeven?
Doorgeven is een werkwoord. De betekenis is: iets wat men ontvangen heeft aan de volgende persoon geven.
Hoe vervoeg ik doorgeven?
Zo vervoeg je doorgeven zo: het voltooid deelwoord is doorgegeven. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord doorgeven is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. G 3
  6. E 1
  7. V 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

doorgeven levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. G 3
  6. E 1
  7. V 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

doorgeven in het kort

doorgeven staat in dit woordenboek als werkwoord. Van doorgeven staan er 90 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort doorgeven bij een woordfamilie van 13 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

doorgeven: iets wat men ontvangen heeft aan de volgende persoon geven
Deel doorgeven — standaardnederlands.nl