rapporteren
werkwoordBetekenis
- het uitbrengen van een verslag of rapport
- (een overtreder, overtreding) aanbrengen
- (posten) overbrengen
werkwoord
- aanbrengen
- overbrengen
Vervoeging van rapporteren
rapporterenhele werkwoord — rapporteerdeverleden tijd enkelvoud — rapporteerdenverleden tijd meervoud — gerapporteerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | rapporteer | rapporteerde |
| jij | rapporteert | rapporteerde |
| hij, zij, het | rapporteert | rapporteerde |
| wij | rapporteren | rapporteerden |
| jullie | rapporteren | rapporteerden |
| zij | rapporteren | rapporteerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gerapporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gerapporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gerapporteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gerapporteerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gerapporteerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gerapporteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gerapporteerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gerapporteerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gerapporteerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gerapporteerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gerapporteerd | verleden tijd, deelwoord |
| gerapporteerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gerapporteerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gerapporteerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gerapporteerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gerapporteerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gerapporteerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gerapporteerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gerapporteerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gerapporteerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gerapporteerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gerapporteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gerapporteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gerapporteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gerapporteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gerapporteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gerapporteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gerapporteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gerapporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gerapporteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gerapporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gerapporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gerapporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gerapporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gerapporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gerapporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gerapporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gerapporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| rapporteer | gebiedende wijs |
| rapporteerde | verleden tijd |
| rapportere | aanvoegende wijs |
| rapporterend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gerapporteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te rapporteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen rapporteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gerapporteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gerapporteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gerapporteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gerapporteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gerapporteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gerapporteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gerapporteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gerapporteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gerapporteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gerapporteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gerapporteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gerapporteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gerapporteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gerapporteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gerapporteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gerapporteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gerapporteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gerapporteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gerapporteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gerapporteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gerapporteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gerapporteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gerapporteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gerapporteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gerapporteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gerapporteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gerapporteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal rapporteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal rapporteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal rapporteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gerapporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gerapporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gerapporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gerapporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gerapporteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gerapporteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gerapporteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gerapporteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gerapporteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gerapporteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gerapporteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gerapporteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gerapporteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou rapporteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou rapporteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou rapporteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gerapporteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gerapporteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gerapporteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gerapporteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gerapporteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gerapporteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gerapporteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gerapporteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gerapporteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden rapporteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden rapporteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden rapporteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gerapporteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gerapporteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gerapporteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt rapporteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gerapporteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gerapporteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gerapporteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gerapporteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gerapporteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gerapporteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gerapporteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gerapporteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gerapporteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen rapporteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen rapporteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen rapporteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen rapporteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gerapporteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gerapporteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gerapporteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult rapporteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse werkwoord rapporter met het achtervoegsel -eren
Woordfamilie van rapporteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gerapporteerd | voltooid deelwoord | rapporteren |
| gerapporteerde | woordvorm | rapporteren |
| rapporteer | gebiedende wijs | rapporteren |
| rapporteerde | verleden tijd | rapporteren |
| rapporteerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | rapporteren |
| rapporteert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | rapporteren |
| rapportere | aanvoegende wijs | rapporteren |
| rapporterend | onvoltooid deelwoord | rapporteren |
| rapporterende | woordvorm | rapporteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rapporteren zijn vastgelegd.