Naar de inhoud

rapporteren

het uitbrengen van een verslag of rapport

rapporteren

werkwoord

Betekenis

  1. het uitbrengen van een verslag of rapport
  2. (een overtreder, overtreding) aanbrengen
  3. (posten) overbrengen

werkwoord

  1. aanbrengen
  2. overbrengen

Vervoeging van rapporteren

rapporterenhele werkwoord — rapporteerdeverleden tijd enkelvoud — rapporteerdenverleden tijd meervoud — gerapporteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik rapporteer rapporteerde
jij rapporteert rapporteerde
hij, zij, het rapporteert rapporteerde
wij rapporteren rapporteerden
jullie rapporteren rapporteerden
zij rapporteren rapporteerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gerapporteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gerapporteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gerapporteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gerapporteerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gerapporteerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gerapporteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gerapporteerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gerapporteerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gerapporteerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gerapporteerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gerapporteerd verleden tijd, deelwoord
gerapporteerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gerapporteerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gerapporteerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gerapporteerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gerapporteerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gerapporteerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gerapporteerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gerapporteerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gerapporteerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gerapporteerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gerapporteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gerapporteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gerapporteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gerapporteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gerapporteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gerapporteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gerapporteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gerapporteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gerapporteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gerapporteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gerapporteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gerapporteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gerapporteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gerapporteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gerapporteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gerapporteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gerapporteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
rapporteer gebiedende wijs
rapporteerde verleden tijd
rapportere aanvoegende wijs
rapporterend onvoltooid, deelwoord
te hebben gerapporteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te rapporteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen rapporteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gerapporteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gerapporteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gerapporteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gerapporteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gerapporteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gerapporteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gerapporteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gerapporteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gerapporteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gerapporteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gerapporteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gerapporteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gerapporteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gerapporteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gerapporteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gerapporteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gerapporteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gerapporteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gerapporteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gerapporteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gerapporteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gerapporteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gerapporteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gerapporteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gerapporteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gerapporteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gerapporteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal rapporteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal rapporteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal rapporteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gerapporteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gerapporteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gerapporteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gerapporteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gerapporteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gerapporteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gerapporteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gerapporteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gerapporteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gerapporteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gerapporteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gerapporteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gerapporteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou rapporteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou rapporteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou rapporteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gerapporteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gerapporteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gerapporteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gerapporteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gerapporteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gerapporteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gerapporteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gerapporteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gerapporteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden rapporteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden rapporteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden rapporteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gerapporteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gerapporteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gerapporteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt rapporteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gerapporteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gerapporteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gerapporteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gerapporteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gerapporteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gerapporteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gerapporteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gerapporteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gerapporteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen rapporteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen rapporteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen rapporteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen rapporteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gerapporteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gerapporteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gerapporteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult rapporteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse werkwoord rapporter met het achtervoegsel -eren

Woordfamilie van rapporteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gerapporteerd voltooid deelwoord rapporteren
gerapporteerde woordvorm rapporteren
rapporteer gebiedende wijs rapporteren
rapporteerde verleden tijd rapporteren
rapporteerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon rapporteren
rapporteert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon rapporteren
rapportere aanvoegende wijs rapporteren
rapporterend onvoltooid deelwoord rapporteren
rapporterende woordvorm rapporteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rapporteren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over rapporteren

Wat betekent rapporteren?
Rapporteren is een werkwoord. Het woord betekent: het uitbrengen van een verslag of rapport. Deze pagina beschrijft 5 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je rapporteren?
Je vervoegt rapporteren als volgt: de tegenwoordige tijd is rapporteer, de verleden tijd is rapporteerde en het voltooid deelwoord is gerapporteerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord rapporteren is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. A 1
  3. P 3
  4. P 3
  5. O 1
  6. R 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

rapporteren levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. A 1
  3. P 4
  4. P 4
  5. O 1
  6. R 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 zonder bonus
  13. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

rapporteren in het kort

rapporteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 5 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van rapporteren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort rapporteren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

rapporteren: het uitbrengen van een verslag of rapport
Deel rapporteren — standaardnederlands.nl