Naar de inhoud

opmerken

bemerken, waarnemen

opmerken

werkwoord ˈɔpmɛrkə(n)

Betekenis

  1. bemerken, waarnemen
  2. een waarneming of opinie meedelen aan anderen, met een zekere nadruk

Hoe spreek je opmerken uit?

/ˈɔpmɛrkən/

Opmerken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɔpmɛrkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
p pak
m maan
ɛ bed
r rood
k kat
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van opmerken

opmerkenhele werkwoord — merkte opverleden tijd enkelvoud — merkten opverleden tijd meervoud — opgemerktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik merk op merkte op
jij merkt op merkte op
hij, zij, het merkt op merkte op
wij merken op merkten op
jullie merken op merkten op
zij merken op merkten op
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben opgemerkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent opgemerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is opgemerkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was opgemerkt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd opgemerkt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt opgemerkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal opgemerkt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal opgemerkt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou opgemerkt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou opgemerkt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had opgemerkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had opgemerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had opgemerkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden opgemerkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden opgemerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden opgemerkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt opgemerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb opgemerkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgemerkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben opgemerkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgemerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben opgemerkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt opgemerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgemerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgemerkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is opgemerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is opgemerkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
merk op gebiedende wijs
merkte op verleden tijd
op te merken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen merken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal merken bijzin, toekomende tijd
op zou merken bijzin, voorwaardelijk
op zouden merken bijzin, voorwaardelijk
op zoudt merken bijzin, voorwaardelijk
op zullen merken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen merken bijzin, toekomende tijd
op zult merken bijzin, toekomende tijd
opgemerkt verleden tijd, deelwoord
opgemerkt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgemerkt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgemerkt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgemerkt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgemerkt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgemerkt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgemerkt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgemerkt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgemerkt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgemerkt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opmerk bijzin, tegenwoordige tijd
opmerkend onvoltooid, deelwoord
opmerkt bijzin, tegenwoordige tijd
opmerkte bijzin, verleden tijd
opmerkten bijzin, verleden tijd
te hebben opgemerkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen opmerken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart opgemerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgemerkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren opgemerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgemerkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was opgemerkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was opgemerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was opgemerkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd opgemerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd opgemerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd opgemerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden opgemerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden opgemerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden opgemerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt opgemerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word opgemerkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden opgemerkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden opgemerkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden opgemerkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt opgemerkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt opgemerkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal opgemerkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgemerkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opgemerkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opgemerkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgemerkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal opgemerkt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgemerkt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opmerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal opmerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal opmerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal opmerken bijzin, toekomende tijd
zijn opgemerkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn opgemerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn opgemerkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt opgemerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou opgemerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgemerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgemerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opgemerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgemerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou opgemerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgemerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgemerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgemerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opmerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou opmerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou opmerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou opmerken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) opmerken op zou(dt) merken bijzin, voorwaardelijk
zouden opgemerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgemerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgemerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgemerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opgemerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opgemerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgemerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgemerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgemerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opmerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opmerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opmerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden opmerken bijzin, voorwaardelijk
zoudt opgemerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgemerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgemerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opmerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt opmerken bijzin, voorwaardelijk
zullen opgemerkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgemerkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgemerkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgemerkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opgemerkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opgemerkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgemerkt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgemerkt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgemerkt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opmerken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen opmerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opmerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opmerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen opmerken bijzin, toekomende tijd
zult opgemerkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van op bw en merken ww

Woordfamilie van opmerken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
merk op gebiedende wijs opmerken
merke op woordvorm opmerken
merken op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon opmerken
merkt op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon opmerken
merkte op verleden tijd opmerken
merkten op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon opmerken
opgemerkt voltooid deelwoord opmerken
opmerk subordinate-clause, tegenwoordige tijd opmerken
opmerke with-subordinate-clause opmerken
opmerkend onvoltooid deelwoord opmerken
opmerkende woordvorm opmerken
opmerkt subordinate-clause, tegenwoordige tijd opmerken
opmerkte subordinate-clause, verleden tijd opmerken
opmerkten subordinate-clause, verleden tijd opmerken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opmerken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over opmerken

Hoe spreek je opmerken uit?
De uitspraak van opmerken is: /ˈɔpmɛrkə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent opmerken?
Opmerken is een werkwoord. Het woord betekent: bemerken, waarnemen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je opmerken?
Je vervoegt opmerken als volgt: het voltooid deelwoord is opgemerkt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord opmerken is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. M 3
  4. E 1
  5. R 2
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

opmerken levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. M 3
  4. E 1
  5. R 2
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 zonder bonus
  10. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

opmerken in het kort

opmerken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van opmerken zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort opmerken bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

opmerken: bemerken, waarnemen
Deel opmerken — standaardnederlands.nl