updaten
werkwoord ˈʏbdetə(n)Betekenis
- actueler maken, bijwerken
Hoe spreek je updaten uit?
/ˈʏbdetən/
Updaten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ʏ | put |
| b | bak |
| d | dak |
| e | veel |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van updaten
updatenhele werkwoord — updateteverleden tijd enkelvoud — updatetenverleden tijd meervoud — geüpdatetvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | update | updatete |
| jij | updatet | updatete |
| hij, zij, het | updatet | updatete |
| wij | updaten | updateten |
| jullie | updaten | updateten |
| zij | updaten | updateten |
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| er is geüpdatet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geüpdatet | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geüpdatet | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geüpdatet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geüpdatet worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geüpdatet zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geüpdatet worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geüpdatet zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geüpdatet | verleden tijd, deelwoord |
| geüpdatet te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geüpdatet te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geüpdatet te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geüpdatet te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geüpdatet te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geüpdatet worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geüpdatet zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geüpdatet zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geüpdatet zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geüpdatet zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geüpdatet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geüpdatet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geüpdatet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geüpdatet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geüpdatet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geüpdatet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geüpdatet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geüpdatet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geüpdatet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geüpdatet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geüpdatet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geüpdatet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geüpdatet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geüpdatet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geüpdatet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geüpdatet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben geüpdatet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te updaten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen updaten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| update | gebiedende wijs |
| update | aanvoegende wijs |
| updatend | onvoltooid, deelwoord |
| updatete | verleden tijd |
| waren geüpdatet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geüpdatet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geüpdatet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden geüpdatet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden geüpdatet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geüpdatet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geüpdatet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geüpdatet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geüpdatet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geüpdatet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geüpdatet zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal updaten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal updaten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal updaten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geüpdatet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou geüpdatet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geüpdatet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geüpdatet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geüpdatet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geüpdatet zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou updaten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou updaten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou updaten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geüpdatet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geüpdatet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geüpdatet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geüpdatet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geüpdatet zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden updaten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden updaten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden updaten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geüpdatet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt updaten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geüpdatet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geüpdatet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geüpdatet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geüpdatet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geüpdatet zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen updaten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen updaten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen updaten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen updaten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geüpdatet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult updaten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘actueel maken’ voor het eerst aangetroffen in 1992
Woordfamilie van updaten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| updatend | onvoltooid deelwoord | updaten |
| updatende | woordvorm | updaten |
| updatet | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | updaten |
| updatete | verleden tijd | updaten |
| updateten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | updaten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van updaten zijn vastgelegd.