Naar de inhoud

herleiden

door logisch redeneren terugvoeren op iets fundamenteels

herleiden

werkwoord

Betekenis

  1. door logisch redeneren terugvoeren op iets fundamenteels

Vervoeging van herleiden

herleidenhele werkwoord — herleiddeverleden tijd enkelvoud — herleiddenverleden tijd meervoud — herleidvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik herleid herleidde
jij herleidt herleidde
hij, zij, het herleidt herleidde
wij herleiden herleidden
jullie herleiden herleidden
zij herleiden herleidden
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
er is herleid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was herleid impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd herleid impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt herleid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal herleid worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal herleid zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou herleid worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou herleid zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had herleid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had herleid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had herleid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden herleid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden herleid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden herleid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt herleid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb herleid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben herleid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben herleid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben herleid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben herleid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt herleid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft herleid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft herleid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
herleid gebiedende wijs
herleid verleden tijd, deelwoord
herleid te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
herleid te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
herleid te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
herleid te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
herleid te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
herleid worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
herleid zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
herleid zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
herleid zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
herleid zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
herleidde verleden tijd
herleide aanvoegende wijs
herleidend onvoltooid, deelwoord
is herleid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben herleid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te herleiden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen herleiden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waren herleid voltooid, verleden tijd, derde persoon
was herleid voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd herleid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden herleid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden herleid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt herleid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal herleid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal herleid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal herleid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal herleid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal herleid zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal herleiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal herleiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal herleiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn herleid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou herleid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou herleid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou herleid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou herleid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou herleid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou herleiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou herleiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou herleiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden herleid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden herleid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden herleid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden herleid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden herleid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden herleiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden herleiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden herleiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt herleid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt herleiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen herleid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen herleid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen herleid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen herleid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen herleid zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen herleiden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen herleiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen herleiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen herleiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult herleid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult herleiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van leiden met het voorvoegsel her-

Woordfamilie van herleiden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
herleid voltooid deelwoord herleiden
herleidde verleden tijd herleiden
herleidden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon herleiden
herleide aanvoegende wijs herleiden
herleidend onvoltooid deelwoord herleiden
herleidende woordvorm herleiden
herleidt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon herleiden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van herleiden zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over herleiden

Wat betekent herleiden?
Herleiden is een werkwoord. Het woord betekent: door logisch redeneren terugvoeren op iets fundamenteels.
Hoe vervoeg je herleiden?
Je vervoegt herleiden als volgt: de tegenwoordige tijd is herleid, de verleden tijd is herleidde en het voltooid deelwoord is herleid. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord herleiden is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. L 3
  5. E 1
  6. I 1
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

herleiden levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. L 3
  5. E 1
  6. I 2
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

herleiden in het kort

herleiden staat in dit woordenboek als werkwoord. Van herleiden zijn 64 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort herleiden bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

herleiden: door logisch redeneren terugvoeren op iets fundamenteels
Deel herleiden — standaardnederlands.nl