Naar de inhoud

experimenteren

iets uitproberen, een proef nemen, een experiment uitvoeren

experimenteren

werkwoord

Betekenis

  1. iets uitproberen, een proef nemen, een experiment uitvoeren

Vervoeging van experimenteren

experimenterenhele werkwoord — experimenteerdeverleden tijd enkelvoud — experimenteerdenverleden tijd meervoud — geëxperimenteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik experimenteer experimenteerde
jij experimenteert experimenteerde
hij, zij, het experimenteert experimenteerde
wij experimenteren experimenteerden
jullie experimenteren experimenteerden
zij experimenteren experimenteerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
experimenteer gebiedende wijs
experimenteerde verleden tijd
experimentere aanvoegende wijs
experimenterend onvoltooid, deelwoord
geëxperimenteerd verleden tijd, deelwoord
geëxperimenteerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geëxperimenteerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geëxperimenteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geëxperimenteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geëxperimenteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geëxperimenteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geëxperimenteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geëxperimenteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geëxperimenteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geëxperimenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geëxperimenteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geëxperimenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geëxperimenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geëxperimenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geëxperimenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geëxperimenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geëxperimenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te experimenteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geëxperimenteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen experimenteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal experimenteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal experimenteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal experimenteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geëxperimenteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geëxperimenteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geëxperimenteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou experimenteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou experimenteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou experimenteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geëxperimenteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geëxperimenteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geëxperimenteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden experimenteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden experimenteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden experimenteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geëxperimenteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geëxperimenteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geëxperimenteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt experimenteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geëxperimenteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen experimenteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen experimenteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen experimenteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen experimenteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geëxperimenteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geëxperimenteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geëxperimenteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult experimenteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geëxperimenteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘een proef nemen’ voor het eerst aangetroffen in 1546

Woordfamilie van experimenteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
experimenteer gebiedende wijs experimenteren
experimenteerde verleden tijd experimenteren
experimenteerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon experimenteren
experimenteert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon experimenteren
experimentere aanvoegende wijs experimenteren
experimenterend onvoltooid deelwoord experimenteren
experimenterende woordvorm experimenteren
geëxperimenteerd voltooid deelwoord experimenteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van experimenteren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over experimenteren

Wat is de betekenis van experimenteren?
Experimenteren is een werkwoord. De betekenis is: iets uitproberen, een proef nemen, een experiment uitvoeren.
Hoe vervoeg ik experimenteren?
Zo vervoeg je experimenteren zo: de tegenwoordige tijd is experimenteer, de verleden tijd is experimenteerde en het voltooid deelwoord is geëxperimenteerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord experimenteren is 28 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. E 1
  2. X 8
  3. P 3
  4. E 1
  5. R 2
  6. I 1
  7. M 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. T 2
  11. E 1
  12. R 2
  13. E 1
  14. N 1
  15. 28 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

experimenteren levert met Wordfeud minimaal 30 en maximaal 138 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. E 1
  2. X 8
  3. P 4
  4. E 1
  5. R 2
  6. I 2
  7. M 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. T 2
  11. E 1
  12. R 2
  13. E 1
  14. N 1
  15. 30 zonder bonus
  16. 138 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (X) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

experimenteren in het kort

experimenteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van experimenteren staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort experimenteren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

experimenteren: iets uitproberen, een proef nemen, een experiment uitvoeren
Deel experimenteren — standaardnederlands.nl