probleem
zelfstandig naamwoord proˈblemBetekenis
- iets dat schade teweegbrengt of de voortgang van iets anders in de weg staat
- (in engere zin) onopgelost vraagstuk
Hoe spreek je probleem uit?
/proˈblem/
Probleem bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| r | rood |
| o | boot |
| b | bak |
| l | land |
| e | veel |
| m | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- onopgelost vraagstuk
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| probleempje | verkleinwoord, enkelvoud |
| probleempjes | verkleinwoord, meervoud |
| problemen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits of Frans, in de betekenis van ‘vraagstuk, moeilijkheid’ voor het eerst aangetroffen in 1648
Woordfamilie van probleem
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| probleempje | verkleinwoord | probleem |
| probleempjes | verkleinwoord meervoud | probleem |
| problemen | meervoud | probleem |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van probleem zijn vastgelegd.
Afleidingen en samenstellingen
- probleemanalyse
- probleembuurt
- probleemdefinitie
- probleemdrinker
- probleemeigenaar
- probleemformulering
- probleemgebied
- probleemgedrag
- probleemgericht
- probleemgeval
- probleemgezin
- probleemgroep
- probleemjeugd
- probleemkind
- probleemland
- probleemloos
- probleemoplossend
- probleemoplossing
- probleemsituatie
- probleemstelling
- probleemveld
- probleemwijk
- problematiek