organisme
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een afzonderlijk en volledig levend wezen dat voor zijn voortbestaan afhankelijk is van zijn eigen metabolisme en bestaat uit verschillende organen
- organische bouw, samenhang van de delen van een functioneel geheel
- (in België, niet algemeen) organisatie
zelfstandig naamwoord — neuter
- organisatie
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| organismen | meervoud |
| organismes | meervoud |
| organismetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| organismetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘samenhang der delen’ voor het eerst aangetroffen in 1854
Woordfamilie van organisme
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| organismen | meervoud | organisme |
| organismes | meervoud | organisme |
| organismetje | verkleinwoord | organisme |
| organismetjes | verkleinwoord meervoud | organisme |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van organisme zijn vastgelegd.