regelen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈreɣələ(n)Betekenis
- zorgen dat een gewenste effect bereikt wordt
Hoe spreek je regelen uit?
/ˈrexələn/
Regelen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| e | veel |
| x | acht |
| ə | de |
| l | land |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van regelen
regelenhele werkwoord — regeldeverleden tijd enkelvoud — regeldenverleden tijd meervoud — geregeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | regel | regelde |
| jij | regelt | regelde |
| hij, zij, het | regelt | regelde |
| wij | regelen | regelden |
| jullie | regelen | regelden |
| zij | regelen | regelden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geregeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geregeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geregeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geregeld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geregeld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geregeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geregeld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geregeld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geregeld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geregeld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geregeld | verleden tijd, deelwoord |
| geregeld te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geregeld te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geregeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geregeld te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geregeld te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geregeld worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geregeld zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geregeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geregeld zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geregeld zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geregeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geregeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geregeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geregeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geregeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geregeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geregeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geregeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geregeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geregeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geregeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geregeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geregeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geregeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geregeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geregeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geregeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| regel | gebiedende wijs |
| regelde | verleden tijd |
| regele | aanvoegende wijs |
| regelend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geregeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te regelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen regelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geregeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geregeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geregeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geregeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geregeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geregeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geregeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geregeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geregeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geregeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geregeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geregeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geregeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geregeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geregeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geregeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geregeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geregeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geregeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geregeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geregeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geregeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geregeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geregeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geregeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geregeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geregeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal regelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal regelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal regelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geregeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geregeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geregeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geregeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geregeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geregeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geregeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geregeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geregeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geregeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geregeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geregeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geregeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou regelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou regelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou regelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geregeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geregeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geregeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geregeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geregeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geregeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geregeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geregeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geregeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden regelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden regelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden regelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geregeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geregeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geregeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt regelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geregeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geregeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geregeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geregeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geregeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geregeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geregeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geregeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geregeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen regelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen regelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen regelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen regelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geregeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geregeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geregeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult regelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord regel
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘schikken, inrichten’ voor het eerst aangetroffen in 1522
Woordfamilie van regelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| regelde | verleden tijd | regelen |
| regelden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | regelen |
| regele | aanvoegende wijs | regelen |
| regelt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | regelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van regelen zijn vastgelegd.