importeren
werkwoord ˌɪmporˈterə(n)Betekenis
- (vanuit het buitenland) invoeren
- invoeren van gegevens in een informatiesysteem
Hoe spreek je importeren uit?
/ˌɪmporˈterən/
Importeren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɪ | pit |
| m | maan |
| p | pak |
| o | boot |
| r | rood |
| t | tak |
| e | veel |
| ə | de |
| n | nek |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- invoeren transitive
- betekenen intransitive, obsolete
- van belang zijn intransitive, obsolete
Vervoeging van importeren
importerenhele werkwoord — importeerdeverleden tijd enkelvoud — importeerdenverleden tijd meervoud — geïmporteerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | importeer | importeerde |
| jij | importeert | importeerde |
| hij, zij, het | importeert | importeerde |
| wij | importeren | importeerden |
| jullie | importeren | importeerden |
| zij | importeren | importeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geïmporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geïmporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geïmporteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geïmporteerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geïmporteerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geïmporteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geïmporteerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geïmporteerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geïmporteerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geïmporteerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geïmporteerd | verleden tijd, deelwoord |
| geïmporteerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geïmporteerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geïmporteerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïmporteerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïmporteerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïmporteerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geïmporteerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geïmporteerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geïmporteerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geïmporteerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geïmporteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geïmporteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geïmporteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geïmporteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geïmporteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geïmporteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geïmporteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geïmporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geïmporteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geïmporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geïmporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geïmporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geïmporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geïmporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geïmporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| importeer | gebiedende wijs |
| importeerde | verleden tijd |
| importere | aanvoegende wijs |
| importerend | onvoltooid, deelwoord |
| is geïmporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geïmporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben geïmporteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te importeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen importeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geïmporteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geïmporteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geïmporteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geïmporteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geïmporteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geïmporteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geïmporteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geïmporteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geïmporteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geïmporteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geïmporteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geïmporteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geïmporteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geïmporteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geïmporteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geïmporteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geïmporteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geïmporteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geïmporteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geïmporteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geïmporteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïmporteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geïmporteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geïmporteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïmporteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geïmporteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïmporteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal importeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal importeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal importeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geïmporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geïmporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geïmporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geïmporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geïmporteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïmporteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïmporteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geïmporteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïmporteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geïmporteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïmporteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïmporteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïmporteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou importeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou importeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou importeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geïmporteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geïmporteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geïmporteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geïmporteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geïmporteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geïmporteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geïmporteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geïmporteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geïmporteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden importeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden importeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden importeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geïmporteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geïmporteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geïmporteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt importeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geïmporteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geïmporteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geïmporteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geïmporteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geïmporteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geïmporteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geïmporteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geïmporteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geïmporteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen importeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen importeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen importeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen importeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geïmporteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geïmporteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geïmporteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult importeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘invoeren’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Woordfamilie van importeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| importeer | gebiedende wijs | importeren |
| importeerde | verleden tijd | importeren |
| importeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | importeren |
| importeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | importeren |
| importere | aanvoegende wijs | importeren |
| importerend | onvoltooid deelwoord | importeren |
| importerende | woordvorm | importeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van importeren zijn vastgelegd.