Naar de inhoud

invoeren

iets nieuws introduceren

invoeren is meer dan één woord

invoeren

werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈɪnvurə(n)/

Betekenis

  1. iets nieuws introduceren
  2. invoer verzorgen in een systeem (met name informatie)

Hoe spreek je invoeren uit?

/ˈɪnvurən/

Invoeren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɪnvurən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɪ pit
n nek
v vis
u boek
r rood
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van invoeren

invoerenhele werkwoord — voerde inverleden tijd enkelvoud — voerden inverleden tijd meervoud — ingevoerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik voer in voerde in
jij voert in voerde in
hij, zij, het voert in voerde in
wij voeren in voerden in
jullie voeren in voerden in
zij voeren in voerden in
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ingevoerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingevoerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingevoerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingevoerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingevoerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingevoerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingevoerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingevoerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingevoerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te voeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen voeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal voeren bijzin, toekomende tijd
in zou voeren bijzin, voorwaardelijk
in zouden voeren bijzin, voorwaardelijk
in zoudt voeren bijzin, voorwaardelijk
in zullen voeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen voeren bijzin, toekomende tijd
in zult voeren bijzin, toekomende tijd
ingevoerd verleden tijd, deelwoord
ingevoerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingevoerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingevoerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingevoerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingevoerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingevoerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingevoerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingevoerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingevoerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingevoerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
invoer bijzin, tegenwoordige tijd
invoerde bijzin, verleden tijd
invoerden bijzin, verleden tijd
invoerend onvoltooid, deelwoord
invoert bijzin, tegenwoordige tijd
is ingevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben ingevoerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen invoeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voer in gebiedende wijs
voerde in verleden tijd
waart ingevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ingevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal invoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal invoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal invoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal invoeren bijzin, toekomende tijd
zijn ingevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou invoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou invoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou invoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou invoeren bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) invoeren in zou(dt) voeren bijzin, voorwaardelijk
zouden ingevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden invoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden invoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden invoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden invoeren bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt invoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt invoeren bijzin, voorwaardelijk
zullen ingevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen invoeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen invoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen invoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen invoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen invoeren bijzin, toekomende tijd
zult ingevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van invaren

Vervoeging van invoeren

invoerenhele werkwoord — voerde inverleden tijd enkelvoud — voerden inverleden tijd meervoud — ingevoerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik voer in voerde in
jij voert in voerde in
hij, zij, het voert in voerde in
wij voeren in voerden in
jullie voeren in voerden in
zij voeren in voerden in
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ingevoerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingevoerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingevoerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingevoerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingevoerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingevoerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingevoerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingevoerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingevoerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te voeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen voeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal voeren bijzin, toekomende tijd
in zou voeren bijzin, voorwaardelijk
in zouden voeren bijzin, voorwaardelijk
in zoudt voeren bijzin, voorwaardelijk
in zullen voeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen voeren bijzin, toekomende tijd
in zult voeren bijzin, toekomende tijd
ingevoerd verleden tijd, deelwoord
ingevoerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingevoerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingevoerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingevoerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingevoerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingevoerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingevoerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingevoerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingevoerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingevoerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
invoer bijzin, tegenwoordige tijd
invoerde bijzin, verleden tijd
invoerden bijzin, verleden tijd
invoerend onvoltooid, deelwoord
invoert bijzin, tegenwoordige tijd
is ingevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben ingevoerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen invoeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voer in gebiedende wijs
voerde in verleden tijd
waart ingevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ingevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal invoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal invoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal invoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal invoeren bijzin, toekomende tijd
zijn ingevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou invoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou invoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou invoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou invoeren bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) invoeren in zou(dt) voeren bijzin, voorwaardelijk
zouden ingevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden invoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden invoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden invoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden invoeren bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt invoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt invoeren bijzin, voorwaardelijk
zullen ingevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen invoeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen invoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen invoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen invoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen invoeren bijzin, toekomende tijd
zult ingevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord invoer

Herkomst

samenstelling van in bw en voeren ww

Woordfamilie van invoeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
invoerde subordinate-clause, verleden tijd invoeren
invoerden subordinate-clause, verleden tijd invoeren
invoere with-subordinate-clause invoeren
invoerend onvoltooid deelwoord invoeren
invoerende woordvorm invoeren
invoert subordinate-clause, tegenwoordige tijd invoeren
voerde in verleden tijd invoeren
voerden in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon invoeren
voere in woordvorm invoeren
voert in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon invoeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van invoeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over invoeren

Hoe spreek ik invoeren uit?
Zo spreek je invoeren uit: /ˈɪnvurə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van invoeren?
Invoeren is een werkwoord. De betekenis is: iets nieuws introduceren. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik invoeren?
Zo vervoeg je invoeren zo: het voltooid deelwoord is ingevoerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord invoeren is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. V 4
  4. O 1
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

invoeren levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. V 4
  4. O 1
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 zonder bonus
  10. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

invoeren in het kort

invoeren is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van invoeren staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort invoeren bij een woordfamilie van 10 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

invoeren: iets nieuws introduceren
Deel invoeren — standaardnederlands.nl