voeden
werkwoord ˈvudə(n)Betekenis
- van voedsel voorzien
- een systeem voorzien van invoer zodat werking mogelijk wordt
- aanzetten, aansporen
Hoe spreek je voeden uit?
/ˈvudən/
Voeden bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| u | boek |
| d | dak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- groter worden door zaken in zich op te nemen
Vervoeging van voeden
voedenhele werkwoord — voeddeverleden tijd enkelvoud — voeddenverleden tijd meervoud — gevoedvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | voed | voedde |
| jij | voedt | voedde |
| hij, zij, het | voedt | voedde |
| wij | voeden | voedden |
| jullie | voeden | voedden |
| zij | voeden | voedden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gevoed | verleden tijd, deelwoord |
| gevoed te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevoed zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gevoed | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gevoed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gevoed | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gevoed | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gevoed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gevoed | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gevoed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gevoed | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gevoed | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gevoed | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gevoed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gevoed | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gevoed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gevoed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gevoed | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gevoed | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te voeden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen voeden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voed | gebiedende wijs |
| voedde | verleden tijd |
| voede | aanvoegende wijs |
| voedend | onvoltooid, deelwoord |
| zal gevoed hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevoed hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gevoed hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal voeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal voeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal voeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gevoed hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevoed hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevoed hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou voeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou voeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou voeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gevoed hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gevoed hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gevoed hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden voeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden voeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden voeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gevoed hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt voeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gevoed hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gevoed hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gevoed hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen voeden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen voeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen voeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen voeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gevoed hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult voeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘voedsel geven’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Woordfamilie van voeden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gevoed | voltooid deelwoord | voeden |
| voed | gebiedende wijs | voeden |
| voedde | verleden tijd | voeden |
| voedden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | voeden |
| voede | aanvoegende wijs | voeden |
| voedt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | voeden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voeden zijn vastgelegd.