trukeren
werkwoord /try.ˈkeː.rə(n)/Betekenis
- door middel van kunstgrepen naar zijn hand zetten
Hoe spreek je trukeren uit?
/tryˈkerən/
Trukeren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| r | rood |
| y | fuut |
| k | kat |
| e | veel |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van trukeren
trukerenhele werkwoord — trukeerdeverleden tijd enkelvoud — trukeerdenverleden tijd meervoud — getrukeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | trukeer | trukeerde |
| jij | trukeert | trukeerde |
| hij, zij, het | trukeert | trukeerde |
| wij | trukeren | trukeerden |
| jullie | trukeren | trukeerden |
| zij | trukeren | trukeerden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is getrukeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was getrukeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd getrukeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt getrukeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal getrukeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal getrukeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou getrukeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou getrukeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| getrukeerd | verleden tijd, deelwoord |
| getrukeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getrukeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had getrukeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had getrukeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had getrukeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden getrukeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden getrukeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden getrukeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt getrukeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb getrukeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getrukeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben getrukeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getrukeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben getrukeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt getrukeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getrukeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getrukeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben getrukeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te trukeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen trukeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| trukeer | gebiedende wijs |
| trukeerde | verleden tijd |
| trukere | aanvoegende wijs |
| trukerend | onvoltooid, deelwoord |
| zal getrukeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getrukeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal getrukeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal trukeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal trukeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal trukeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou getrukeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getrukeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getrukeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou trukeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou trukeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou trukeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden getrukeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getrukeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getrukeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden trukeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden trukeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden trukeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt getrukeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt trukeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen getrukeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getrukeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getrukeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen trukeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen trukeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen trukeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen trukeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult getrukeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult trukeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Ontleend aan het Franse truquer.
Woordfamilie van trukeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| getrukeerd | voltooid deelwoord | trukeren |
| getrukeerde | woordvorm | trukeren |
| trukeer | gebiedende wijs | trukeren |
| trukeerde | verleden tijd | trukeren |
| trukeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | trukeren |
| trukeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | trukeren |
| trukere | aanvoegende wijs | trukeren |
| trukerend | onvoltooid deelwoord | trukeren |
| trukerende | woordvorm | trukeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van trukeren zijn vastgelegd.