trukendoos
zelfstandig naamwoordBetekenis
- hoeveelheid trucjes, vaardigheden waarover iemand beschikt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| trukendoosje | verkleinwoord, enkelvoud |
| trukendoosjes | verkleinwoord, meervoud |
| trukendozen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van truc zn en doos zn met het invoegsel -en-
Woordfamilie van trukendoos
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| trukendoosje | verkleinwoord | trukendoos |
| trukendoosjes | verkleinwoord meervoud | trukendoos |
| trukendozen | meervoud | trukendoos |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van trukendoos zijn vastgelegd.