terroriseren
werkwoord tɛroriˈzerə(n)Betekenis
- in de greep van angst houden, terreur uitoefenen
Hoe spreek je terroriseren uit?
/tɛroriˈzerən/
Terroriseren bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| o | boot |
| i | riet |
| z | zon |
| e | veel |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van terroriseren
terroriserenhele werkwoord — terroriseerdeverleden tijd enkelvoud — terroriseerdenverleden tijd meervoud — geterroriseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | terroriseer | terroriseerde |
| jij | terroriseert | terroriseerde |
| hij, zij, het | terroriseert | terroriseerde |
| wij | terroriseren | terroriseerden |
| jullie | terroriseren | terroriseerden |
| zij | terroriseren | terroriseerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geterroriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geterroriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geterroriseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geterroriseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geterroriseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geterroriseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geterroriseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geterroriseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geterroriseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geterroriseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geterroriseerd | verleden tijd, deelwoord |
| geterroriseerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geterroriseerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geterroriseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geterroriseerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geterroriseerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geterroriseerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geterroriseerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geterroriseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geterroriseerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geterroriseerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geterroriseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geterroriseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geterroriseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geterroriseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geterroriseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geterroriseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geterroriseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geterroriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geterroriseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geterroriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geterroriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geterroriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geterroriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geterroriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geterroriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geterroriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geterroriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben geterroriseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te terroriseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen terroriseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| terroriseer | gebiedende wijs |
| terroriseerde | verleden tijd |
| terrorisere | aanvoegende wijs |
| terroriserend | onvoltooid, deelwoord |
| waart geterroriseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geterroriseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geterroriseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geterroriseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geterroriseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geterroriseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geterroriseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geterroriseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geterroriseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geterroriseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geterroriseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geterroriseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geterroriseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geterroriseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geterroriseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geterroriseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geterroriseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geterroriseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geterroriseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geterroriseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geterroriseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geterroriseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geterroriseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geterroriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geterroriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geterroriseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geterroriseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal terroriseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal terroriseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal terroriseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geterroriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geterroriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geterroriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geterroriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geterroriseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geterroriseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geterroriseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geterroriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geterroriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geterroriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geterroriseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geterroriseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geterroriseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou terroriseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou terroriseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou terroriseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geterroriseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geterroriseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geterroriseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geterroriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geterroriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geterroriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geterroriseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geterroriseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geterroriseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden terroriseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden terroriseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden terroriseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geterroriseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geterroriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geterroriseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt terroriseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geterroriseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geterroriseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geterroriseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geterroriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geterroriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geterroriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geterroriseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geterroriseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geterroriseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen terroriseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen terroriseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen terroriseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen terroriseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geterroriseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geterroriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geterroriseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult terroriseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘terreur uitoefenen’ voor het eerst aangetroffen in 1865
Woordfamilie van terroriseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geterroriseerd | voltooid deelwoord | terroriseren |
| geterroriseerde | woordvorm | terroriseren |
| terroriseer | gebiedende wijs | terroriseren |
| terroriseerde | verleden tijd | terroriseren |
| terroriseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | terroriseren |
| terroriseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | terroriseren |
| terrorisere | aanvoegende wijs | terroriseren |
| terroriserend | onvoltooid deelwoord | terroriseren |
| terroriserende | woordvorm | terroriseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van terroriseren zijn vastgelegd.