Naar de inhoud

aanjagen

op het lijf jagen (angst)

aanjagen

werkwoord ˈaɲjaɣə(n)

Betekenis

  1. op het lijf jagen (angst)
  2. voortjagen (motor)
  3. harder doen branden

Hoe spreek je aanjagen uit?

/ˈanjjaxən/

Aanjagen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈanjjaxən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
n nek
j ja
x acht
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. aanmoedigen om meer te presteren, opjutten

Vervoeging van aanjagen

aanjagenhele werkwoord — jaagde aanverleden tijd enkelvoud — jaagden aanverleden tijd meervoud — aangejaagdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik jaag aan jaagde aan
jij jaagt aan jaagde aan
hij, zij, het jaagt aan jaagde aan
wij jagen aan jaagden aan
jullie jagen aan jaagden aan
zij jagen aan jaagden aan
Alle 149 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
joeg aan verleden tijd
- impersonal, passief
aan te jagen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen jagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal jagen bijzin, toekomende tijd
aan zou jagen bijzin, voorwaardelijk
aan zouden jagen bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt jagen bijzin, voorwaardelijk
aan zullen jagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen jagen bijzin, toekomende tijd
aan zult jagen bijzin, toekomende tijd
aangejaagd verleden tijd, deelwoord
aangejaagd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangejaagd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangejaagd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangejaagd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangejaagd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangejaagd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangejaagd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangejaagd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangejaagd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangejaagd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aanjaag bijzin, tegenwoordige tijd
aanjaagde bijzin, verleden tijd
aanjaagden bijzin, verleden tijd
aanjaagt bijzin, tegenwoordige tijd
aanjagend onvoltooid, deelwoord
aanjoeg bijzin, verleden tijd
aanjoegen bijzin, verleden tijd
aanjoegt bijzin, verleden tijd
ben aangejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is aangejaagd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangejaagd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangejaagd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangejaagd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangejaagd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangejaagd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangejaagd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangejaagd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangejaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangejaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangejaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangejaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangejaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangejaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangejaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangejaagd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aangejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
jaag aan gebiedende wijs
jaagde aan verleden tijd
te hebben aangejaagd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aanjagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aangejaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangejaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangejaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangejaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangejaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangejaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangejaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aangejaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangejaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangejaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangejaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangejaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangejaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangejaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aangejaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangejaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangejaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangejaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangejaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangejaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aangejaagd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangejaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangejaagd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangejaagd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangejaagd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aanjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aanjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aanjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aanjagen bijzin, toekomende tijd
zijn aangejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aangejaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangejaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangejaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangejaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangejaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangejaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aanjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aanjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aanjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aanjagen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aanjagen aan zou(dt) jagen bijzin, voorwaardelijk
zouden aangejaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangejaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangejaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangejaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangejaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangejaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aanjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aanjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aanjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aanjagen bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangejaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangejaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aanjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aanjagen bijzin, voorwaardelijk
zullen aangejaagd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangejaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangejaagd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangejaagd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangejaagd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangejaagd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aanjagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aanjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon

Herkomst

samenstelling van aan vz en jagen ww

Woordfamilie van aanjagen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aangejaagd voltooid deelwoord aanjagen
aangejaagde woordvorm aanjagen
aanjaag subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanjagen
aanjaagde subordinate-clause, verleden tijd aanjagen
aanjaagden subordinate-clause, verleden tijd aanjagen
aanjaagt subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanjagen
aanjage with-subordinate-clause aanjagen
aanjagend onvoltooid deelwoord aanjagen
aanjagende woordvorm aanjagen
aanjoeg subordinate-clause, verleden tijd aanjagen
aanjoegen subordinate-clause, verleden tijd aanjagen
jaag aan gebiedende wijs aanjagen
jaagde aan verleden tijd aanjagen
jaagden aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aanjagen
jaagt aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aanjagen
jage aan woordvorm aanjagen
jagen aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aanjagen
joeg aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, enkelvoud, 1e persoon aanjagen
joegen aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aanjagen
joegt aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon aanjagen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanjagen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over aanjagen

Hoe spreek ik aanjagen uit?
Zo spreek je aanjagen uit: /ˈaɲjaɣə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van aanjagen?
Aanjagen is een werkwoord. De betekenis is: op het lijf jagen (angst). In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik aanjagen?
Zo vervoeg je aanjagen zo: het voltooid deelwoord is aangejaagd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aanjagen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. J 4
  5. A 1
  6. G 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aanjagen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. J 4
  5. A 1
  6. G 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 zonder bonus
  10. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (J) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aanjagen in het kort

aanjagen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van aanjagen staan er 95 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort aanjagen bij een woordfamilie van 20 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

aanjagen: op het lijf jagen (angst)
Deel aanjagen — standaardnederlands.nl