stipuleren
werkwoord stipyˈlerə(n)Betekenis
- als voorwaarde, voorbehoud, beperking of uitbreiding vastleggen (in een contract)
Hoe spreek je stipuleren uit?
/stipyˈlerən/
Stipuleren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| i | riet |
| p | pak |
| y | fuut |
| l | land |
| e | veel |
| r | rood |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van stipuleren
stipulerenhele werkwoord — stipuleerdeverleden tijd enkelvoud — stipuleerdenverleden tijd meervoud — gestipuleerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | stipuleer | stipuleerde |
| jij | stipuleert | stipuleerde |
| hij, zij, het | stipuleert | stipuleerde |
| wij | stipuleren | stipuleerden |
| jullie | stipuleren | stipuleerden |
| zij | stipuleren | stipuleerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gestipuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gestipuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gestipuleerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gestipuleerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gestipuleerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gestipuleerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gestipuleerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gestipuleerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gestipuleerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gestipuleerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gestipuleerd | verleden tijd, deelwoord |
| gestipuleerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gestipuleerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gestipuleerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gestipuleerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gestipuleerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gestipuleerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gestipuleerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gestipuleerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gestipuleerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gestipuleerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gestipuleerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gestipuleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gestipuleerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gestipuleerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gestipuleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gestipuleerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gestipuleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gestipuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gestipuleerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gestipuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gestipuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gestipuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gestipuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gestipuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gestipuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gestipuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gestipuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| stipuleer | gebiedende wijs |
| stipuleerde | verleden tijd |
| stipulere | aanvoegende wijs |
| stipulerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gestipuleerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te stipuleren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen stipuleren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gestipuleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gestipuleerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gestipuleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gestipuleerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gestipuleerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gestipuleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gestipuleerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gestipuleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gestipuleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gestipuleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gestipuleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gestipuleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gestipuleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gestipuleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gestipuleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gestipuleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gestipuleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gestipuleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gestipuleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gestipuleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gestipuleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gestipuleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gestipuleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gestipuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gestipuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gestipuleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gestipuleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal stipuleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal stipuleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal stipuleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gestipuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gestipuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gestipuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gestipuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gestipuleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gestipuleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gestipuleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gestipuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gestipuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gestipuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gestipuleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gestipuleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gestipuleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou stipuleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou stipuleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou stipuleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gestipuleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gestipuleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gestipuleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gestipuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gestipuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gestipuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gestipuleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gestipuleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gestipuleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden stipuleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden stipuleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden stipuleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gestipuleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gestipuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gestipuleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt stipuleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gestipuleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gestipuleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gestipuleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gestipuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gestipuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gestipuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gestipuleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gestipuleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gestipuleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen stipuleren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen stipuleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen stipuleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen stipuleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gestipuleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gestipuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gestipuleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult stipuleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bedingen’ voor het eerst aangetroffen in 1498
Woordfamilie van stipuleren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gestipuleerd | voltooid deelwoord | stipuleren |
| gestipuleerde | woordvorm | stipuleren |
| stipuleer | gebiedende wijs | stipuleren |
| stipuleerde | verleden tijd | stipuleren |
| stipuleerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | stipuleren |
| stipuleert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | stipuleren |
| stipulere | aanvoegende wijs | stipuleren |
| stipulerend | onvoltooid deelwoord | stipuleren |
| stipulerende | woordvorm | stipuleren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stipuleren zijn vastgelegd.