bedingen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- door onderhandeling een toezegging verkrijgen
Vervoeging van bedingen
bedingenhele werkwoord — bedongverleden tijd enkelvoud — bedongenverleden tijd meervoud — bedongenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | beding | bedong |
| jij | bedingt | bedong |
| hij, zij, het | bedingt | bedong |
| wij | bedingen | bedongen |
| jullie | bedingen | bedongen |
| zij | bedingen | bedongen |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| beding | gebiedende wijs |
| bedinge | aanvoegende wijs |
| bedingend | onvoltooid, deelwoord |
| bedong | verleden tijd |
| bedongen | verleden tijd, deelwoord |
| bedongen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bedongen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bedongen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bedongen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bedongen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bedongen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bedongen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bedongen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bedongen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bedongen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ben bedongen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bedongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is bedongen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bedongen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bedongen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bedongen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bedongen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bedongen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bedongen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bedongen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bedongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bedongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bedongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bedongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bedongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bedongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bedongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bedongen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bedongen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bedongen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bedongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bedongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bedongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bedongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bedongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bedongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bedongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bedingen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bedongen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bedingen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bedongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bedongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bedongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bedongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bedongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bedongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bedongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bedongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bedongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bedongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bedongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bedongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bedongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bedongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bedongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bedongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bedongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bedongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bedongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bedongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bedingen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bedingen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bedingen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal bedongen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bedongen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bedongen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bedongen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bedongen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bedongen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bedongen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn bedongen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bedongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bedongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bedongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bedingen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bedingen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bedingen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou bedongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bedongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bedongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bedongen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bedongen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bedongen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bedongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bedongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bedongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bedingen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bedingen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bedingen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden bedongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bedongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bedongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bedongen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bedongen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bedongen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bedongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bedongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bedongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt bedingen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt bedongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bedongen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bedongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen bedingen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bedingen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bedingen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bedingen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen bedongen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bedongen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bedongen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bedongen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bedongen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bedongen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bedongen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bedongen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bedongen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult bedingen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult bedongen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bedongen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bedongen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord beding
Herkomst
In de betekenis van ‘bij overeenkomst bepalen’ voor het eerst aangetroffen in 1546
Woordfamilie van bedingen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bedinge | aanvoegende wijs | bedingen |
| bedingend | onvoltooid deelwoord | bedingen |
| bedingende | woordvorm | bedingen |
| bedingt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bedingen |
| bedong | verleden tijd | bedingen |
| bedongen | voltooid deelwoord | bedingen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bedingen zijn vastgelegd.