conditioneren
werkwoordBetekenis
- als voorwaarde stellen, bedingen
- in zekere toestand brengen of houden
Vervoeging van conditioneren
conditionerenhele werkwoord — conditioneerdeverleden tijd enkelvoud — conditioneerdenverleden tijd meervoud — geconditioneerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | conditioneer | conditioneerde |
| jij | conditioneert | conditioneerde |
| hij, zij, het | conditioneert | conditioneerde |
| wij | conditioneren | conditioneerden |
| jullie | conditioneren | conditioneerden |
| zij | conditioneren | conditioneerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geconditioneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geconditioneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| conditioneer | gebiedende wijs |
| conditioneerde | verleden tijd |
| conditionere | aanvoegende wijs |
| conditionerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is geconditioneerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geconditioneerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geconditioneerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geconditioneerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geconditioneerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geconditioneerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geconditioneerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geconditioneerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geconditioneerd | verleden tijd, deelwoord |
| geconditioneerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geconditioneerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geconditioneerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geconditioneerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geconditioneerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geconditioneerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geconditioneerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geconditioneerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geconditioneerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geconditioneerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geconditioneerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geconditioneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geconditioneerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geconditioneerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geconditioneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geconditioneerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geconditioneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geconditioneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geconditioneerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geconditioneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geconditioneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geconditioneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geconditioneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geconditioneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geconditioneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geconditioneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geconditioneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te conditioneren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geconditioneerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen conditioneren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geconditioneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geconditioneerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geconditioneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geconditioneerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geconditioneerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geconditioneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geconditioneerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geconditioneerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geconditioneerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geconditioneerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geconditioneerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geconditioneerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geconditioneerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geconditioneerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geconditioneerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geconditioneerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geconditioneerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geconditioneerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geconditioneerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geconditioneerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal conditioneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal conditioneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal conditioneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geconditioneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geconditioneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geconditioneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geconditioneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geconditioneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geconditioneerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geconditioneerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn geconditioneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geconditioneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geconditioneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geconditioneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou conditioneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou conditioneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou conditioneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geconditioneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geconditioneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geconditioneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geconditioneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geconditioneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geconditioneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geconditioneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geconditioneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geconditioneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden conditioneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden conditioneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden conditioneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geconditioneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geconditioneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geconditioneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geconditioneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geconditioneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geconditioneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geconditioneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geconditioneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geconditioneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt conditioneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geconditioneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geconditioneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geconditioneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen conditioneren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen conditioneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen conditioneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen conditioneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geconditioneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geconditioneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geconditioneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geconditioneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geconditioneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geconditioneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geconditioneerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geconditioneerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geconditioneerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult conditioneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geconditioneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geconditioneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geconditioneerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse conditionner (met het voorvoegsel con- en met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van conditioneren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| conditioneer | gebiedende wijs | conditioneren |
| conditioneerde | verleden tijd | conditioneren |
| conditioneerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | conditioneren |
| conditioneert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | conditioneren |
| conditionere | aanvoegende wijs | conditioneren |
| conditionerend | onvoltooid deelwoord | conditioneren |
| conditionerende | woordvorm | conditioneren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van conditioneren zijn vastgelegd.