Naar de inhoud

serveren

iets op tafel opdienen

serveren

werkwoord sɛrˈverə(n)

Betekenis

  1. iets op tafel opdienen
  2. de bal opslaan

Hoe spreek je serveren uit?

/sɛrˈverən/

Serveren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /sɛrˈverən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
ɛ bed
r rood
v vis
e veel
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. iets op tafel opdienen, meestal als onderdeel (gang [3]) van een maaltijd transitive

Vervoeging van serveren

serverenhele werkwoord — serveerdeverleden tijd enkelvoud — serveerdenverleden tijd meervoud — geserveerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik serveer serveerde
jij serveert serveerde
hij, zij, het serveert serveerde
wij serveren serveerden
jullie serveren serveerden
zij serveren serveerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geserveerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geserveerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geserveerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geserveerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geserveerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geserveerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geserveerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geserveerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geserveerd verleden tijd, deelwoord
geserveerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geserveerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geserveerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geserveerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geserveerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geserveerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geserveerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geserveerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geserveerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geserveerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geserveerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geserveerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geserveerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geserveerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geserveerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geserveerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geserveerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
serveer gebiedende wijs
serveerde verleden tijd
servere aanvoegende wijs
serverend onvoltooid, deelwoord
te hebben geserveerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te serveren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen serveren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geserveerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geserveerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geserveerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal serveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal serveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal serveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geserveerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geserveerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geserveerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou serveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou serveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou serveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geserveerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geserveerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geserveerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden serveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden serveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden serveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geserveerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt serveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geserveerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geserveerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geserveerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen serveren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen serveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen serveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen serveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geserveerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult serveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘opdienen’ voor het eerst aangetroffen in 1929

Woordfamilie van serveren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geserveerd voltooid deelwoord serveren
geserveerde woordvorm serveren
serveer gebiedende wijs serveren
serveerde verleden tijd serveren
serveerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon serveren
serveert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon serveren
servere aanvoegende wijs serveren
serverend onvoltooid deelwoord serveren
serverende woordvorm serveren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van serveren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over serveren

Hoe spreek je serveren uit?
De uitspraak van serveren is: /sɛrˈverə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent serveren?
Serveren is een werkwoord. Het woord betekent: iets op tafel opdienen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je serveren?
Je vervoegt serveren als volgt: de tegenwoordige tijd is serveer, de verleden tijd is serveerde en het voltooid deelwoord is geserveerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op serveren?

Er staan 395 woorden in dit woordenboek die op serveren rijmen, waaronder abonneren, controleren en centrifugeren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord serveren is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. E 1
  3. R 2
  4. V 4
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

serveren levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. E 1
  3. R 2
  4. V 4
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 zonder bonus
  10. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

serveren in het kort

serveren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van serveren zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort serveren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

serveren: iets op tafel opdienen
Deel serveren — standaardnederlands.nl