opdienen
werkwoord /ˈɔbdinə(n)/Betekenis
- eten en drinken op tafel zetten
Hoe spreek je opdienen uit?
/ˈɔbdinən/
Opdienen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| b | bak |
| d | dak |
| i | riet |
| n | nek |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van opdienen
opdienenhele werkwoord — diende opverleden tijd enkelvoud — dienden opverleden tijd meervoud — opgediendvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | dien op | diende op |
| jij | dient op | diende op |
| hij, zij, het | dient op | diende op |
| wij | dienen op | dienden op |
| jullie | dienen op | dienden op |
| zij | dienen op | dienden op |
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dien op | gebiedende wijs |
| diende op | verleden tijd |
| er is opgediend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was opgediend | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd opgediend | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt opgediend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal opgediend worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal opgediend zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou opgediend worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou opgediend zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had opgediend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had opgediend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had opgediend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden opgediend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden opgediend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden opgediend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt opgediend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb opgediend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben opgediend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben opgediend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben opgediend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben opgediend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt opgediend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft opgediend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft opgediend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| op te dienen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| op te zullen dienen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| op zal dienen | bijzin, toekomende tijd |
| op zou dienen | bijzin, voorwaardelijk |
| op zouden dienen | bijzin, voorwaardelijk |
| op zoudt dienen | bijzin, voorwaardelijk |
| op zullen dienen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| op zullen dienen | bijzin, toekomende tijd |
| op zult dienen | bijzin, toekomende tijd |
| opdien | bijzin, tegenwoordige tijd |
| opdiende | bijzin, verleden tijd |
| opdienden | bijzin, verleden tijd |
| opdienend | onvoltooid, deelwoord |
| opdient | bijzin, tegenwoordige tijd |
| opgediend | verleden tijd, deelwoord |
| opgediend te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgediend zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| te hebben opgediend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen opdienen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal opdienen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal opdienen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal opdienen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal opdienen | bijzin, toekomende tijd |
| zal opgediend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgediend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal opgediend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou opdienen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou opdienen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou opdienen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou opdienen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou opgediend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgediend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgediend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) opdienen op zou(dt) dienen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden opdienen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden opdienen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden opdienen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden opdienen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden opgediend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden opgediend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden opgediend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt opdienen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt opdienen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt opgediend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen opdienen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen opdienen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen opdienen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen opdienen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen opdienen | bijzin, toekomende tijd |
| zullen opgediend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen opgediend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen opgediend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult opdienen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult opdienen | bijzin, toekomende tijd |
| zult opgediend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult/zal opdienen op zult/zal dienen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van op bw en dienen ww
Woordfamilie van opdienen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dien op | gebiedende wijs | opdienen |
| diende op | verleden tijd | opdienen |
| dienden op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | opdienen |
| diene op | woordvorm | opdienen |
| dienen op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | opdienen |
| dient op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | opdienen |
| opdien | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | opdienen |
| opdiende | subordinate-clause, verleden tijd | opdienen |
| opdienden | subordinate-clause, verleden tijd | opdienen |
| opdiene | with-subordinate-clause | opdienen |
| opdienend | onvoltooid deelwoord | opdienen |
| opdienende | woordvorm | opdienen |
| opdient | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | opdienen |
| opgediend | voltooid deelwoord | opdienen |
| opgediende | woordvorm | opdienen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opdienen zijn vastgelegd.