retour
bijwoord, zelfstandig naamwoord rəˈturBetekenis
- kaartje voor heen- en terugreis
- teruggang, neergang
Hoe spreek je retour uit?
/rəˈtur/
Retour bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ə | de |
| t | tak |
| u | boek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
bijwoord
- weer naar het punt van uitgang
zelfstandig naamwoord — neuter
- kaartje voor heen- en terugreis van passagiers
zelfstandig naamwoord — masculine
- terugzending van wat ontvangen is, omdat het niet voldoet of verkeerd bezorgd is
- iets dat niet voldoet of verkeerd bezorgd is en daarom is teruggestuurd naar de afzender
- ontwikkeling in de richting van eerdere, steeds mindere situaties
Herkomst
bw: van Frans retour bw , in de betekenis van ‘bijwoord van richting: terug’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1508
Woordfamilie van retour
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| retouren | meervoud | retour |
| retours | meervoud | retour |
| retourtje | woordvorm | retour |
| retourtjes | meervoud | retour |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van retour zijn vastgelegd.