Naar de inhoud

terugslaan

met geweld beantwoorden

terugslaan

werkwoord tᵊˈrʏxslan

Betekenis

  1. met geweld beantwoorden
  2. met geweld terugdrijven
  3. met een mep in omgekeerde richting laten bewegen
  4. in een stand brengen waardoor iets wat erachter zat zichtbaar wordt
  5. achteruit stoten, met kracht in omgekeerde richting bewegen
  6. betrekking hebben (in onderstaande uitdrukking)

Hoe spreek je terugslaan uit?

/təˈrʏxslan/

Terugslaan bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /təˈrʏxslan/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
t tak
ə de
r rood
ʏ put
x acht
s sok
l land
a maan
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. betrekking hebben intransitive

Vervoeging van terugslaan

terugslaanhele werkwoord — sloeg terugverleden tijd enkelvoud — sloegen terugverleden tijd meervoud — teruggeslagenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sla terug sloeg terug
jij slaat terug sloeg terug
hij, zij, het slaat terug sloeg terug
wij slaan terug sloegen terug
jullie slaan terug sloegen terug
zij slaan terug sloegen terug
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben teruggeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent teruggeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is teruggeslagen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was teruggeslagen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd teruggeslagen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt teruggeslagen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal teruggeslagen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal teruggeslagen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou teruggeslagen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou teruggeslagen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had teruggeslagen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had teruggeslagen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had teruggeslagen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden teruggeslagen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden teruggeslagen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden teruggeslagen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt teruggeslagen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb teruggeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben teruggeslagen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben teruggeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben teruggeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben teruggeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt teruggeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft teruggeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft teruggeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is teruggeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is teruggeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sla terug gebiedende wijs
sloeg terug verleden tijd
te hebben teruggeslagen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen terugslaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
terug te slaan actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
terug te zullen slaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
terug zal slaan bijzin, toekomende tijd
terug zou slaan bijzin, voorwaardelijk
terug zouden slaan bijzin, voorwaardelijk
terug zoudt slaan bijzin, voorwaardelijk
terug zullen slaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
terug zullen slaan bijzin, toekomende tijd
terug zult slaan bijzin, toekomende tijd
teruggeslagen verleden tijd, deelwoord
teruggeslagen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
teruggeslagen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
teruggeslagen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
teruggeslagen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
teruggeslagen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
teruggeslagen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
teruggeslagen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
teruggeslagen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
teruggeslagen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
teruggeslagen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
terugsla bijzin, tegenwoordige tijd
terugslaand onvoltooid, deelwoord
terugslaat bijzin, tegenwoordige tijd
terugsloeg bijzin, verleden tijd
terugsloegen bijzin, verleden tijd
waart teruggeslagen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren teruggeslagen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren teruggeslagen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren teruggeslagen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was teruggeslagen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was teruggeslagen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was teruggeslagen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd teruggeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd teruggeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd teruggeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden teruggeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden teruggeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden teruggeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt teruggeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word teruggeslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden teruggeslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden teruggeslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden teruggeslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt teruggeslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt teruggeslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal teruggeslagen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal teruggeslagen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal teruggeslagen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal teruggeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal teruggeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal teruggeslagen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal teruggeslagen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal terugslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal terugslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal terugslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal terugslaan bijzin, toekomende tijd
zijn teruggeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn teruggeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn teruggeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt teruggeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou teruggeslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou teruggeslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou teruggeslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou teruggeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou teruggeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou teruggeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou teruggeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou teruggeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou teruggeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou terugslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou terugslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou terugslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou terugslaan bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) terugslaan terug zou(dt) slaan bijzin, voorwaardelijk
zouden teruggeslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden teruggeslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden teruggeslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden teruggeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden teruggeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden teruggeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden teruggeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden teruggeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden teruggeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden terugslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden terugslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden terugslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden terugslaan bijzin, voorwaardelijk
zoudt teruggeslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt teruggeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt teruggeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt terugslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt terugslaan bijzin, voorwaardelijk
zullen teruggeslagen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen teruggeslagen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen teruggeslagen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen teruggeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen teruggeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen teruggeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen teruggeslagen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen teruggeslagen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen teruggeslagen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen terugslaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen terugslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen terugslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen terugslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen terugslaan bijzin, toekomende tijd
zult teruggeslagen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van terug bw en slaan ww

Woordfamilie van terugslaan

Woordvorm Relatie Afgeleid van
sla terug gebiedende wijs terugslaan
slaan terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon terugslaan
slaat terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon terugslaan
sloeg terug verleden tijd terugslaan
sloegen terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon terugslaan
teruggeslagen voltooid deelwoord terugslaan
terugsla subordinate-clause, tegenwoordige tijd terugslaan
terugslaand onvoltooid deelwoord terugslaan
terugslaande woordvorm terugslaan
terugslaat subordinate-clause, tegenwoordige tijd terugslaan
terugsloeg subordinate-clause, verleden tijd terugslaan
terugsloegen subordinate-clause, verleden tijd terugslaan

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van terugslaan zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over terugslaan

Hoe spreek je terugslaan uit?
De uitspraak van terugslaan is: /tᵊˈrʏxslan/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent terugslaan?
Terugslaan is een werkwoord. Het woord betekent: met geweld beantwoorden. Deze pagina beschrijft 7 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je terugslaan?
Je vervoegt terugslaan als volgt: het voltooid deelwoord is teruggeslagen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord terugslaan is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. E 1
  3. R 2
  4. U 4
  5. G 3
  6. S 2
  7. L 3
  8. A 1
  9. A 1
  10. N 1
  11. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

terugslaan levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. E 1
  3. R 2
  4. U 2
  5. G 3
  6. S 2
  7. L 3
  8. A 1
  9. A 1
  10. N 1
  11. 18 zonder bonus
  12. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

terugslaan in het kort

terugslaan staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 7 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van terugslaan zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort terugslaan bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

terugslaan: met geweld beantwoorden
Deel terugslaan — standaardnederlands.nl