terugslaan
werkwoord tᵊˈrʏxslanBetekenis
- met geweld beantwoorden
- met geweld terugdrijven
- met een mep in omgekeerde richting laten bewegen
- in een stand brengen waardoor iets wat erachter zat zichtbaar wordt
- achteruit stoten, met kracht in omgekeerde richting bewegen
- betrekking hebben (in onderstaande uitdrukking)
Hoe spreek je terugslaan uit?
/təˈrʏxslan/
Terugslaan bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| ʏ | put |
| x | acht |
| s | sok |
| l | land |
| a | maan |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- betrekking hebben intransitive
Vervoeging van terugslaan
terugslaanhele werkwoord — sloeg terugverleden tijd enkelvoud — sloegen terugverleden tijd meervoud — teruggeslagenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | sla terug | sloeg terug |
| jij | slaat terug | sloeg terug |
| hij, zij, het | slaat terug | sloeg terug |
| wij | slaan terug | sloegen terug |
| jullie | slaan terug | sloegen terug |
| zij | slaan terug | sloegen terug |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben teruggeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent teruggeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is teruggeslagen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was teruggeslagen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd teruggeslagen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt teruggeslagen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal teruggeslagen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal teruggeslagen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou teruggeslagen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou teruggeslagen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had teruggeslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had teruggeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had teruggeslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden teruggeslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden teruggeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden teruggeslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt teruggeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb teruggeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben teruggeslagen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben teruggeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben teruggeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben teruggeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt teruggeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft teruggeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft teruggeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is teruggeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is teruggeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| sla terug | gebiedende wijs |
| sloeg terug | verleden tijd |
| te hebben teruggeslagen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen terugslaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| terug te slaan | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| terug te zullen slaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| terug zal slaan | bijzin, toekomende tijd |
| terug zou slaan | bijzin, voorwaardelijk |
| terug zouden slaan | bijzin, voorwaardelijk |
| terug zoudt slaan | bijzin, voorwaardelijk |
| terug zullen slaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| terug zullen slaan | bijzin, toekomende tijd |
| terug zult slaan | bijzin, toekomende tijd |
| teruggeslagen | verleden tijd, deelwoord |
| teruggeslagen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| teruggeslagen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| teruggeslagen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| teruggeslagen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| teruggeslagen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| teruggeslagen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| teruggeslagen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| teruggeslagen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| teruggeslagen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| teruggeslagen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| terugsla | bijzin, tegenwoordige tijd |
| terugslaand | onvoltooid, deelwoord |
| terugslaat | bijzin, tegenwoordige tijd |
| terugsloeg | bijzin, verleden tijd |
| terugsloegen | bijzin, verleden tijd |
| waart teruggeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren teruggeslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren teruggeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren teruggeslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was teruggeslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was teruggeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was teruggeslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd teruggeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd teruggeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd teruggeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden teruggeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden teruggeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden teruggeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt teruggeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word teruggeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden teruggeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden teruggeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden teruggeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt teruggeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt teruggeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal teruggeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal teruggeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal teruggeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal teruggeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal teruggeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal teruggeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal teruggeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal terugslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal terugslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal terugslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal terugslaan | bijzin, toekomende tijd |
| zijn teruggeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn teruggeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn teruggeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt teruggeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou teruggeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou teruggeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou teruggeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou teruggeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou teruggeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou teruggeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou teruggeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou teruggeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou teruggeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou terugslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou terugslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou terugslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou terugslaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) terugslaan terug zou(dt) slaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden teruggeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden teruggeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden teruggeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden teruggeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden teruggeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden teruggeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden teruggeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden teruggeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden teruggeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden terugslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden terugslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden terugslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden terugslaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt teruggeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt teruggeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt teruggeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt terugslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt terugslaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen teruggeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen teruggeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen teruggeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen teruggeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen teruggeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen teruggeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen teruggeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen teruggeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen teruggeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen terugslaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen terugslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen terugslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen terugslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen terugslaan | bijzin, toekomende tijd |
| zult teruggeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van terug bw en slaan ww
Woordfamilie van terugslaan
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| sla terug | gebiedende wijs | terugslaan |
| slaan terug | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | terugslaan |
| slaat terug | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | terugslaan |
| sloeg terug | verleden tijd | terugslaan |
| sloegen terug | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | terugslaan |
| teruggeslagen | voltooid deelwoord | terugslaan |
| terugsla | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | terugslaan |
| terugslaand | onvoltooid deelwoord | terugslaan |
| terugslaande | woordvorm | terugslaan |
| terugslaat | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | terugslaan |
| terugsloeg | subordinate-clause, verleden tijd | terugslaan |
| terugsloegen | subordinate-clause, verleden tijd | terugslaan |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van terugslaan zijn vastgelegd.