Naar de inhoud

jongleren

ter vermaak meerdere voorwerpen beurtelings gooiend gelijktijdig in de lucht houden

jongleren

werkwoord /jɔŋˈle.rə(n)/

Betekenis

  1. ter vermaak meerdere voorwerpen beurtelings gooiend gelijktijdig in de lucht houden

Hoe spreek je jongleren uit?

/jɔŋˈlerən/

Jongleren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /jɔŋˈlerən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
j ja
ɔ bot
ŋ ding
l land
e veel
r rood
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van jongleren

jonglerenhele werkwoord — jongleerdeverleden tijd enkelvoud — jongleerdenverleden tijd meervoud — gejongleerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik jongleer jongleerde
jij jongleert jongleerde
hij, zij, het jongleert jongleerde
wij jongleren jongleerden
jullie jongleren jongleerden
zij jongleren jongleerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gejongleerd verleden tijd, deelwoord
gejongleerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gejongleerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gejongleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gejongleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gejongleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gejongleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gejongleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gejongleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gejongleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gejongleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gejongleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gejongleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gejongleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gejongleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gejongleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gejongleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gejongleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
jongleer gebiedende wijs
jongleerde verleden tijd
jonglere aanvoegende wijs
jonglerend onvoltooid, deelwoord
te hebben gejongleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te jongleren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen jongleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gejongleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gejongleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gejongleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal jongleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal jongleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal jongleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gejongleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gejongleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gejongleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou jongleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou jongleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou jongleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gejongleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gejongleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gejongleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden jongleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden jongleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden jongleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gejongleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt jongleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gejongleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gejongleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gejongleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen jongleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen jongleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen jongleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen jongleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gejongleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult jongleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van Frans jongler (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van jongleren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gejongleerd voltooid deelwoord jongleren
jongleer gebiedende wijs jongleren
jongleerde verleden tijd jongleren
jongleerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon jongleren
jongleert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon jongleren
jonglere aanvoegende wijs jongleren
jonglerend onvoltooid deelwoord jongleren
jonglerende woordvorm jongleren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van jongleren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over jongleren

Hoe spreek ik jongleren uit?
Zo spreek je jongleren uit: /jɔŋˈle.rə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van jongleren?
Jongleren is een werkwoord. De betekenis is: ter vermaak meerdere voorwerpen beurtelings gooiend gelijktijdig in de lucht houden.
Hoe vervoeg ik jongleren?
Zo vervoeg je jongleren zo: de tegenwoordige tijd is jongleer, de verleden tijd is jongleerde en het voltooid deelwoord is gejongleerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op jongleren?

Er staan 395 woorden in dit woordenboek die op jongleren rijmen, waaronder abonneren, controleren en centrifugeren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord jongleren is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. J 4
  2. O 1
  3. N 1
  4. G 3
  5. L 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

jongleren levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. J 4
  2. O 1
  3. N 1
  4. G 3
  5. L 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (J) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

jongleren in het kort

jongleren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van jongleren staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort jongleren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

jongleren: ter vermaak meerdere voorwerpen beurtelings gooiend gelijktijdig in de lucht houden
Deel jongleren — standaardnederlands.nl