Naar de inhoud

debrayeren

(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; debrayeerde, heeft gedebrayeerd)

debrayeren

werkwoord ˌdebrɑˈjerə(n)

Betekenis

  1. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; debrayeerde, heeft gedebrayeerd)
  2. ontkoppelen

Hoe spreek je debrayeren uit?

/ˌdebrɑˈjerən/

Debrayeren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.

De tekens in /ˌdebrɑˈjerən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
d dak
e veel
b bak
r rood
ɑ bad
j ja
ə de
n nek
ˌ een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. overgankelijk werkwoord, ook absoluut; debrayeerde, heeft gedebrayeerd transitive

Vervoeging van debrayeren

debrayerenhele werkwoord — debrayeerdeverleden tijd enkelvoud — debrayeerdenverleden tijd meervoud — gedebrayeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik debrayeer debrayeerde
jij debrayeert debrayeerde
hij, zij, het debrayeert debrayeerde
wij debrayeren debrayeerden
jullie debrayeren debrayeerden
zij debrayeren debrayeerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
debrayeer gebiedende wijs
debrayeerde verleden tijd
debrayere aanvoegende wijs
debrayerend onvoltooid, deelwoord
er is gedebrayeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gedebrayeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gedebrayeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gedebrayeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gedebrayeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gedebrayeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gedebrayeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gedebrayeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gedebrayeerd verleden tijd, deelwoord
gedebrayeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedebrayeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedebrayeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedebrayeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedebrayeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedebrayeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedebrayeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedebrayeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedebrayeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedebrayeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedebrayeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedebrayeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedebrayeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedebrayeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedebrayeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedebrayeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedebrayeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te debrayeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedebrayeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen debrayeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal debrayeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal debrayeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal debrayeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedebrayeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedebrayeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedebrayeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou debrayeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou debrayeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou debrayeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedebrayeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedebrayeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedebrayeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden debrayeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden debrayeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden debrayeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedebrayeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedebrayeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedebrayeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt debrayeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedebrayeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen debrayeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen debrayeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen debrayeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen debrayeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedebrayeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedebrayeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedebrayeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult debrayeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedebrayeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘ontkoppelen’ voor het eerst aangetroffen in 1929

Woordfamilie van debrayeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
debrayeer gebiedende wijs debrayeren
debrayeerde verleden tijd debrayeren
debrayeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon debrayeren
debrayeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon debrayeren
debrayere aanvoegende wijs debrayeren
debrayerend onvoltooid deelwoord debrayeren
debrayerende woordvorm debrayeren
gedebrayeerd voltooid deelwoord debrayeren
gedebrayeerde woordvorm debrayeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van debrayeren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over debrayeren

Hoe spreek je debrayeren uit?
De uitspraak van debrayeren is: /ˌdebrɑˈjerə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent debrayeren?
Debrayeren is een werkwoord. Het woord betekent: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; debrayeerde, heeft gedebrayeerd). Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je debrayeren?
Je vervoegt debrayeren als volgt: de tegenwoordige tijd is debrayeer, de verleden tijd is debrayeerde en het voltooid deelwoord is gedebrayeerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op debrayeren?

In dit woordenboek rijmen 395 woorden op -eren op debrayeren, zoals abonneren, controleren en centrifugeren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord debrayeren is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. E 1
  3. B 3
  4. R 2
  5. A 1
  6. Y 8
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

debrayeren levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 117 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. E 1
  3. B 4
  4. R 2
  5. A 1
  6. Y 8
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 23 zonder bonus
  12. 117 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Y) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

debrayeren in het kort

debrayeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van debrayeren zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort debrayeren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

debrayeren: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; debrayeerde, heeft gedebrayeerd)
Deel debrayeren — standaardnederlands.nl