Naar de inhoud

debrailleren

uit brailleschrift in gewoon schrift overbrengen

debrailleren

werkwoord

Betekenis

  1. uit brailleschrift in gewoon schrift overbrengen

Vervoeging van debrailleren

debraillerenhele werkwoord — debrailleerdeverleden tijd enkelvoud — debrailleerdenverleden tijd meervoud — gedebrailleerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik debrailleer debrailleerde
jij debrailleert debrailleerde
hij, zij, het debrailleert debrailleerde
wij debrailleren debrailleerden
jullie debrailleren debrailleerden
zij debrailleren debrailleerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gedebrailleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gedebrailleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
debrailleer gebiedende wijs
debrailleerde verleden tijd
debraillere aanvoegende wijs
debraillerend onvoltooid, deelwoord
er is gedebrailleerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gedebrailleerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gedebrailleerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gedebrailleerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gedebrailleerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gedebrailleerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gedebrailleerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gedebrailleerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gedebrailleerd verleden tijd, deelwoord
gedebrailleerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedebrailleerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedebrailleerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedebrailleerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedebrailleerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedebrailleerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedebrailleerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedebrailleerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedebrailleerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedebrailleerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedebrailleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedebrailleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedebrailleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedebrailleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedebrailleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedebrailleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedebrailleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedebrailleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedebrailleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedebrailleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedebrailleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedebrailleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedebrailleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedebrailleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedebrailleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gedebrailleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gedebrailleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te debrailleren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedebrailleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen debrailleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gedebrailleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedebrailleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gedebrailleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedebrailleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gedebrailleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gedebrailleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gedebrailleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gedebrailleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gedebrailleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gedebrailleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gedebrailleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gedebrailleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gedebrailleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gedebrailleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gedebrailleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gedebrailleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gedebrailleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gedebrailleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gedebrailleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gedebrailleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal debrailleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal debrailleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal debrailleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedebrailleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedebrailleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedebrailleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gedebrailleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedebrailleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gedebrailleerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedebrailleerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gedebrailleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gedebrailleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gedebrailleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gedebrailleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou debrailleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou debrailleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou debrailleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedebrailleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedebrailleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedebrailleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gedebrailleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedebrailleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gedebrailleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedebrailleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedebrailleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedebrailleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden debrailleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden debrailleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden debrailleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedebrailleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedebrailleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedebrailleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedebrailleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gedebrailleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gedebrailleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedebrailleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedebrailleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedebrailleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt debrailleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedebrailleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedebrailleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedebrailleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen debrailleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen debrailleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen debrailleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen debrailleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedebrailleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedebrailleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedebrailleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedebrailleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gedebrailleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gedebrailleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedebrailleerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedebrailleerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedebrailleerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult debrailleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedebrailleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedebrailleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedebrailleerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van brailleren met het voorvoegsel de-

Woordfamilie van debrailleren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
debrailleer gebiedende wijs debrailleren
debrailleerde verleden tijd debrailleren
debrailleerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon debrailleren
debrailleert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon debrailleren
debraillere aanvoegende wijs debrailleren
debraillerend onvoltooid deelwoord debrailleren
debraillerende woordvorm debrailleren
gedebrailleerd voltooid deelwoord debrailleren
gedebrailleerde woordvorm debrailleren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van debrailleren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over debrailleren

Wat is de betekenis van debrailleren?
Debrailleren is een werkwoord. De betekenis is: uit brailleschrift in gewoon schrift overbrengen.
Hoe vervoeg ik debrailleren?
Zo vervoeg je debrailleren zo: de tegenwoordige tijd is debrailleer, de verleden tijd is debrailleerde en het voltooid deelwoord is gedebrailleerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord debrailleren is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. E 1
  3. B 3
  4. R 2
  5. A 1
  6. I 1
  7. L 3
  8. L 3
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

debrailleren levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. E 1
  3. B 4
  4. R 2
  5. A 1
  6. I 2
  7. L 3
  8. L 3
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 23 zonder bonus
  14. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

debrailleren in het kort

debrailleren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van debrailleren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort debrailleren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

debrailleren: uit brailleschrift in gewoon schrift overbrengen
Deel debrailleren — standaardnederlands.nl