debrailleren
werkwoordBetekenis
- uit brailleschrift in gewoon schrift overbrengen
Vervoeging van debrailleren
debraillerenhele werkwoord — debrailleerdeverleden tijd enkelvoud — debrailleerdenverleden tijd meervoud — gedebrailleerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | debrailleer | debrailleerde |
| jij | debrailleert | debrailleerde |
| hij, zij, het | debrailleert | debrailleerde |
| wij | debrailleren | debrailleerden |
| jullie | debrailleren | debrailleerden |
| zij | debrailleren | debrailleerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gedebrailleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gedebrailleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| debrailleer | gebiedende wijs |
| debrailleerde | verleden tijd |
| debraillere | aanvoegende wijs |
| debraillerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gedebrailleerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedebrailleerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedebrailleerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedebrailleerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedebrailleerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedebrailleerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedebrailleerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedebrailleerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedebrailleerd | verleden tijd, deelwoord |
| gedebrailleerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedebrailleerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedebrailleerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedebrailleerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedebrailleerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedebrailleerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedebrailleerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedebrailleerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedebrailleerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedebrailleerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedebrailleerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedebrailleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedebrailleerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedebrailleerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedebrailleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedebrailleerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedebrailleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedebrailleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedebrailleerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedebrailleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedebrailleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedebrailleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedebrailleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedebrailleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedebrailleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gedebrailleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gedebrailleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te debrailleren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedebrailleerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen debrailleren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gedebrailleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedebrailleerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gedebrailleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedebrailleerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gedebrailleerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gedebrailleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gedebrailleerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gedebrailleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gedebrailleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gedebrailleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gedebrailleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gedebrailleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gedebrailleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gedebrailleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gedebrailleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gedebrailleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gedebrailleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gedebrailleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gedebrailleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gedebrailleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal debrailleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal debrailleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal debrailleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedebrailleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedebrailleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedebrailleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gedebrailleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedebrailleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gedebrailleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedebrailleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gedebrailleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gedebrailleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gedebrailleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gedebrailleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou debrailleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou debrailleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou debrailleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedebrailleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedebrailleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedebrailleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gedebrailleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedebrailleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gedebrailleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedebrailleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedebrailleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedebrailleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden debrailleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden debrailleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden debrailleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedebrailleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedebrailleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedebrailleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedebrailleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gedebrailleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gedebrailleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedebrailleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedebrailleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedebrailleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt debrailleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedebrailleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedebrailleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedebrailleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen debrailleren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen debrailleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen debrailleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen debrailleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedebrailleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedebrailleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedebrailleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedebrailleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gedebrailleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gedebrailleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedebrailleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedebrailleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedebrailleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult debrailleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedebrailleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedebrailleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedebrailleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van brailleren met het voorvoegsel de-
Woordfamilie van debrailleren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| debrailleer | gebiedende wijs | debrailleren |
| debrailleerde | verleden tijd | debrailleren |
| debrailleerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | debrailleren |
| debrailleert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | debrailleren |
| debraillere | aanvoegende wijs | debrailleren |
| debraillerend | onvoltooid deelwoord | debrailleren |
| debraillerende | woordvorm | debrailleren |
| gedebrailleerd | voltooid deelwoord | debrailleren |
| gedebrailleerde | woordvorm | debrailleren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van debrailleren zijn vastgelegd.