Naar de inhoud

commanderen

direct dwingend leiding geven aan

commanderen

werkwoord kɔmɑnˈderə(n)

Betekenis

  1. direct dwingend leiding geven aan
  2. korte krachtige instructies geven
  3. bevelen, gebieden, de les lezen, koeioneren, verordenen

Hoe spreek je commanderen uit?

/kɔmɑnˈderən/

Commanderen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.

De tekens in /kɔmɑnˈderən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
k kat
ɔ bot
m maan
ɑ bad
n nek
d dak
e veel
r rood
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van commanderen

commanderenhele werkwoord — commandeerdeverleden tijd enkelvoud — commandeerdenverleden tijd meervoud — gecommandeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik commandeer commandeerde
jij commandeert commandeerde
hij, zij, het commandeert commandeerde
wij commanderen commandeerden
jullie commanderen commandeerden
zij commanderen commandeerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
commandeer gebiedende wijs
commandeerde verleden tijd
commandere aanvoegende wijs
commanderend onvoltooid, deelwoord
er is gecommandeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gecommandeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gecommandeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gecommandeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gecommandeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gecommandeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gecommandeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gecommandeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gecommandeerd verleden tijd, deelwoord
gecommandeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecommandeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gecommandeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gecommandeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gecommandeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gecommandeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gecommandeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gecommandeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gecommandeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gecommandeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecommandeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gecommandeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecommandeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gecommandeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gecommandeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecommandeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecommandeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te commanderen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gecommandeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen commanderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal commanderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal commanderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal commanderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gecommandeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecommandeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gecommandeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou commanderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou commanderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou commanderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gecommandeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecommandeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecommandeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden commanderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden commanderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden commanderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gecommandeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecommandeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecommandeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt commanderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gecommandeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen commanderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen commanderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen commanderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen commanderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gecommandeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecommandeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecommandeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult commanderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gecommandeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

van Frans commander (met het achtervoegsel -eren), in de betekenis van ‘bevelen’ voor het eerst aangetroffen in 1590

Woordfamilie van commanderen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
commandeer gebiedende wijs commanderen
commandeerde verleden tijd commanderen
commandeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon commanderen
commandeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon commanderen
commandere aanvoegende wijs commanderen
commanderend onvoltooid deelwoord commanderen
commanderende woordvorm commanderen
gecommandeerd voltooid deelwoord commanderen
gecommandeerde woordvorm commanderen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van commanderen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over commanderen

Hoe spreek je commanderen uit?
De uitspraak van commanderen is: /kɔmɑnˈderə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent commanderen?
Commanderen is een werkwoord. Het woord betekent: direct dwingend leiding geven aan. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je commanderen?
Je vervoegt commanderen als volgt: de tegenwoordige tijd is commandeer, de verleden tijd is commandeerde en het voltooid deelwoord is gecommandeerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op commanderen?

Op commanderen rijmen 395 woorden, onder andere abonneren, controleren en centrifugeren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord commanderen is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. O 1
  3. M 3
  4. M 3
  5. A 1
  6. N 1
  7. D 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

commanderen levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. O 1
  3. M 3
  4. M 3
  5. A 1
  6. N 1
  7. D 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 zonder bonus
  13. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

commanderen in het kort

commanderen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van commanderen zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort commanderen bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

commanderen: direct dwingend leiding geven aan
Deel commanderen — standaardnederlands.nl