commandeur
zelfstandig naamwoord kɔmɑnˈdørBetekenis
- iemand die het bevel voert, gewoonlijk over strijdkrachten
- officiersrang bij de zeemacht, tussen die van kapitein en schout-bij-nacht in en commodore bij de landmacht, respectievelijk luchtmacht
- iemand met een ridderorde, in rang boven officier en onder grootkruis
Hoe spreek je commandeur uit?
/kɔmɑnˈdør/
Commandeur bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɔ | bot |
| m | maan |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| d | dak |
| ø | deur |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| commandeurs | meervoud |
Herkomst
van Frans commandeur "waardigheidsbekleder bij ridderorde; leider", op te vatten als naamwoord van handeling van commanderen met het achtervoegsel -eur, in de betekenis van ‘laagste rang van vlagofficier bij de marine’ voor het eerst aangetroffen in 1739
Woordfamilie van commandeur
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| commandeurs | meervoud | commandeur |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van commandeur zijn vastgelegd.