Naar de inhoud

viseren

(m.b.t. een akte, pas, enz.) voor gezien tekenen

viseren

werkwoord /vi.ˈse.rə(n)/

Betekenis

  1. (m.b.t. een akte, pas, enz.) voor gezien tekenen
  2. mikken met een vuurwapen
  3. beogen

Hoe spreek je viseren uit?

/viˈserən/

Viseren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /viˈserən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
i riet
s sok
e veel
r rood
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. : (m.b.t. een akte, pas, enz.) voor gezien tekenen transitive
  2. : mikken met een vuurwapen unergative
  3. : beogen (Belgisch-Nederlands) unergative
  4. in het oog houden (Belgisch-Nederlands)

Vervoeging van viseren

viserenhele werkwoord — viseerdeverleden tijd enkelvoud — viseerdenverleden tijd meervoud — geviseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik viseer viseerde
jij viseert viseerde
hij, zij, het viseert viseerde
wij viseren viseerden
jullie viseren viseerden
zij viseren viseerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geviseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geviseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geviseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geviseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geviseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geviseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geviseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geviseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geviseerd verleden tijd, deelwoord
geviseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geviseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geviseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geviseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geviseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geviseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geviseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geviseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geviseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geviseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geviseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geviseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geviseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geviseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geviseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geviseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geviseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben geviseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te viseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen viseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
viseer gebiedende wijs
viseerde verleden tijd
visere aanvoegende wijs
viserend onvoltooid, deelwoord
zal geviseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geviseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geviseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal viseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal viseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal viseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geviseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geviseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geviseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou viseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou viseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou viseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geviseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geviseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geviseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden viseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden viseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden viseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geviseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt viseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geviseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geviseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geviseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen viseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen viseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen viseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen viseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geviseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult viseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse viser (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van viseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geviseerd voltooid deelwoord viseren
geviseerde woordvorm viseren
viseer gebiedende wijs viseren
viseerde verleden tijd viseren
viseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon viseren
viseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon viseren
visere aanvoegende wijs viseren
viserend onvoltooid deelwoord viseren
viserende woordvorm viseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van viseren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over viseren

Hoe spreek ik viseren uit?
Zo spreek je viseren uit: /vi.ˈse.rə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de tweede lettergreep.
Wat is de betekenis van viseren?
Viseren is een werkwoord. De betekenis is: (m.b.t. een akte, pas, enz.) voor gezien tekenen. In totaal staan er 7 betekenissen.
Hoe vervoeg ik viseren?
Zo vervoeg je viseren zo: de tegenwoordige tijd is viseer, de verleden tijd is viseerde en het voltooid deelwoord is geviseerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op viseren?

In dit woordenboek rijmen 395 woorden op -eren op viseren, zoals abonneren, controleren en centrifugeren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord viseren is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. I 1
  3. S 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

viseren levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 103 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. I 2
  3. S 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 zonder bonus
  9. 103 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

viseren telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

viseren in het kort

viseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 7 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van viseren staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort viseren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

viseren: (m.b.t. een akte, pas, enz.) voor gezien tekenen
Deel viseren — standaardnederlands.nl