aftekenen
werkwoordBetekenis
- een lijn of markering op materiaal tekenen, waarlangs je gaat zagen of boren
- met een handtekening verklaren dat een handeling volbracht is
- zichtbaar, duidelijk worden
Vervoeging van aftekenen
aftekenenhele werkwoord — tekende afverleden tijd enkelvoud — tekenden afverleden tijd meervoud — afgetekendvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | teken af | tekende af |
| jij | tekent af | tekende af |
| hij, zij, het | tekent af | tekende af |
| wij | tekenen af | tekenden af |
| jullie | tekenen af | tekenden af |
| zij | tekenen af | tekenden af |
Alle 158 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| af te tekenen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| af te zullen tekenen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| af zal tekenen | bijzin, toekomende tijd |
| af zou tekenen | bijzin, voorwaardelijk |
| af zouden tekenen | bijzin, voorwaardelijk |
| af zoudt tekenen | bijzin, voorwaardelijk |
| af zullen tekenen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| af zullen tekenen | bijzin, toekomende tijd |
| af zult tekenen | bijzin, toekomende tijd |
| afgetekend | verleden tijd, deelwoord |
| afgetekend te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| afgetekend te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| afgetekend te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| afgetekend te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| afgetekend te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| afgetekend worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| afgetekend zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| afgetekend zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| afgetekend zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| afgetekend zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| afteken | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aftekende | bijzin, verleden tijd |
| aftekenden | bijzin, verleden tijd |
| aftekenend | onvoltooid, deelwoord |
| aftekent | bijzin, tegenwoordige tijd |
| ben afgetekend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent afgetekend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is afgetekend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was afgetekend | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd afgetekend | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt afgetekend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal afgetekend worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal afgetekend zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou afgetekend worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou afgetekend zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had afgetekend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had afgetekend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had afgetekend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden afgetekend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden afgetekend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden afgetekend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt afgetekend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb afgetekend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben afgetekend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben afgetekend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben afgetekend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben afgetekend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt afgetekend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft afgetekend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft afgetekend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is afgetekend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is afgetekend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben afgetekend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen aftekenen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| teken af | gebiedende wijs |
| teken u/je af, tekent je af | gebiedende wijs |
| tekende af | verleden tijd |
| waart afgetekend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren afgetekend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren afgetekend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren afgetekend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was afgetekend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was afgetekend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was afgetekend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd afgetekend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd afgetekend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd afgetekend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden afgetekend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden afgetekend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden afgetekend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt afgetekend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word afgetekend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden afgetekend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden afgetekend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden afgetekend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt afgetekend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt afgetekend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal afgetekend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal afgetekend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal afgetekend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal afgetekend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal afgetekend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal afgetekend zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal afgetekend zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aftekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal aftekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal aftekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal aftekenen | bijzin, toekomende tijd |
| zal me aftekenen | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal zich aftekenen | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je aftekenen | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich afgetekend hebben | verleden tijd |
| zich aftekenend | onvoltooid, deelwoord |
| zijn afgetekend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn afgetekend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn afgetekend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt afgetekend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou afgetekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou afgetekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou afgetekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou afgetekend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou afgetekend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou afgetekend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou afgetekend zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou afgetekend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou afgetekend zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aftekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou aftekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou aftekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou aftekenen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) aftekenen af zou(dt) tekenen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden afgetekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden afgetekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden afgetekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden afgetekend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden afgetekend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden afgetekend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden afgetekend zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden afgetekend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden afgetekend zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aftekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aftekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aftekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden aftekenen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt afgetekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt afgetekend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt afgetekend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aftekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt aftekenen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen afgetekend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen afgetekend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen afgetekend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen afgetekend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen afgetekend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen afgetekend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen afgetekend zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen afgetekend zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen afgetekend zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
Herkomst
samenstelling van af bw en tekenen ww
Woordfamilie van aftekenen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| afgetekend | voltooid deelwoord | aftekenen |
| afgetekende | woordvorm | aftekenen |
| afteken | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aftekenen |
| aftekende | subordinate-clause, verleden tijd | aftekenen |
| aftekenden | subordinate-clause, verleden tijd | aftekenen |
| aftekene | with-subordinate-clause | aftekenen |
| aftekenend | onvoltooid deelwoord | aftekenen |
| aftekenende | woordvorm | aftekenen |
| aftekent | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aftekenen |
| teken af | gebiedende wijs | aftekenen |
| tekende af | verleden tijd | aftekenen |
| tekenden af | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | aftekenen |
| tekene af | woordvorm | aftekenen |
| tekenen af | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | aftekenen |
| tekent af | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | aftekenen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aftekenen zijn vastgelegd.