Naar de inhoud

aftekenen

een lijn of markering op materiaal tekenen, waarlangs je gaat zagen of boren

aftekenen

werkwoord

Betekenis

  1. een lijn of markering op materiaal tekenen, waarlangs je gaat zagen of boren
  2. met een handtekening verklaren dat een handeling volbracht is
  3. zichtbaar, duidelijk worden

Vervoeging van aftekenen

aftekenenhele werkwoord — tekende afverleden tijd enkelvoud — tekenden afverleden tijd meervoud — afgetekendvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik teken af tekende af
jij tekent af tekende af
hij, zij, het tekent af tekende af
wij tekenen af tekenden af
jullie tekenen af tekenden af
zij tekenen af tekenden af
Alle 158 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
af te tekenen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
af te zullen tekenen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
af zal tekenen bijzin, toekomende tijd
af zou tekenen bijzin, voorwaardelijk
af zouden tekenen bijzin, voorwaardelijk
af zoudt tekenen bijzin, voorwaardelijk
af zullen tekenen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
af zullen tekenen bijzin, toekomende tijd
af zult tekenen bijzin, toekomende tijd
afgetekend verleden tijd, deelwoord
afgetekend te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgetekend te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgetekend te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgetekend te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgetekend te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgetekend worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgetekend zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgetekend zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgetekend zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgetekend zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afteken bijzin, tegenwoordige tijd
aftekende bijzin, verleden tijd
aftekenden bijzin, verleden tijd
aftekenend onvoltooid, deelwoord
aftekent bijzin, tegenwoordige tijd
ben afgetekend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent afgetekend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is afgetekend impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was afgetekend impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd afgetekend impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt afgetekend impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal afgetekend worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal afgetekend zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou afgetekend worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou afgetekend zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had afgetekend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had afgetekend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had afgetekend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden afgetekend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden afgetekend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden afgetekend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt afgetekend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb afgetekend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgetekend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben afgetekend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgetekend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben afgetekend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt afgetekend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgetekend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgetekend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is afgetekend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is afgetekend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben afgetekend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aftekenen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
teken af gebiedende wijs
teken u/je af, tekent je af gebiedende wijs
tekende af verleden tijd
waart afgetekend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgetekend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren afgetekend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgetekend voltooid, verleden tijd, derde persoon
was afgetekend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was afgetekend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was afgetekend voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd afgetekend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd afgetekend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd afgetekend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden afgetekend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden afgetekend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden afgetekend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt afgetekend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word afgetekend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden afgetekend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden afgetekend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden afgetekend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt afgetekend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt afgetekend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal afgetekend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgetekend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal afgetekend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afgetekend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgetekend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal afgetekend zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgetekend zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aftekenen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aftekenen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aftekenen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aftekenen bijzin, toekomende tijd
zal me aftekenen eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal zich aftekenen derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je aftekenen tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich afgetekend hebben verleden tijd
zich aftekenend onvoltooid, deelwoord
zijn afgetekend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn afgetekend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn afgetekend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt afgetekend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou afgetekend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgetekend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgetekend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afgetekend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgetekend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou afgetekend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgetekend zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgetekend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgetekend zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aftekenen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aftekenen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aftekenen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aftekenen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aftekenen af zou(dt) tekenen bijzin, voorwaardelijk
zouden afgetekend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgetekend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgetekend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgetekend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afgetekend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afgetekend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgetekend zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgetekend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgetekend zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aftekenen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aftekenen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aftekenen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aftekenen bijzin, voorwaardelijk
zoudt afgetekend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgetekend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgetekend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aftekenen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aftekenen bijzin, voorwaardelijk
zullen afgetekend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgetekend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgetekend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgetekend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afgetekend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afgetekend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgetekend zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgetekend zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgetekend zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon

Herkomst

samenstelling van af bw en tekenen ww

Woordfamilie van aftekenen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
afgetekend voltooid deelwoord aftekenen
afgetekende woordvorm aftekenen
afteken subordinate-clause, tegenwoordige tijd aftekenen
aftekende subordinate-clause, verleden tijd aftekenen
aftekenden subordinate-clause, verleden tijd aftekenen
aftekene with-subordinate-clause aftekenen
aftekenend onvoltooid deelwoord aftekenen
aftekenende woordvorm aftekenen
aftekent subordinate-clause, tegenwoordige tijd aftekenen
teken af gebiedende wijs aftekenen
tekende af verleden tijd aftekenen
tekenden af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aftekenen
tekene af woordvorm aftekenen
tekenen af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aftekenen
tekent af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aftekenen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aftekenen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over aftekenen

Wat betekent aftekenen?
Aftekenen is een werkwoord. Het woord betekent: een lijn of markering op materiaal tekenen, waarlangs je gaat zagen of boren. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je aftekenen?
Je vervoegt aftekenen als volgt: het voltooid deelwoord is afgetekend. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aftekenen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. F 4
  3. T 2
  4. E 1
  5. K 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aftekenen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. F 4
  3. T 2
  4. E 1
  5. K 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 zonder bonus
  11. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aftekenen in het kort

aftekenen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van aftekenen zijn 99 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort aftekenen bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

aftekenen: een lijn of markering op materiaal tekenen, waarlangs je gaat zagen of boren
Deel aftekenen — standaardnederlands.nl