totaliseren
werkwoord totaliˈzerə(n)Betekenis
- getallen, punten bij elkaar optellen
- opgeteld worden tot een totaal
Hoe spreek je totaliseren uit?
/totaliˈzerən/
Totaliseren bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| o | boot |
| a | maan |
| l | land |
| i | riet |
| z | zon |
| e | veel |
| r | rood |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van totaliseren
totaliserenhele werkwoord — totaliseerdeverleden tijd enkelvoud — totaliseerdenverleden tijd meervoud — getotaliseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | totaliseer | totaliseerde |
| jij | totaliseert | totaliseerde |
| hij, zij, het | totaliseert | totaliseerde |
| wij | totaliseren | totaliseerden |
| jullie | totaliseren | totaliseerden |
| zij | totaliseren | totaliseerden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| getotaliseerd | verleden tijd, deelwoord |
| getotaliseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getotaliseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had getotaliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had getotaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had getotaliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden getotaliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden getotaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden getotaliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt getotaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb getotaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getotaliseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben getotaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getotaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben getotaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt getotaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getotaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getotaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben getotaliseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te totaliseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen totaliseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| totaliseer | gebiedende wijs |
| totaliseerde | verleden tijd |
| totalisere | aanvoegende wijs |
| totaliserend | onvoltooid, deelwoord |
| zal getotaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getotaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal getotaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal totaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal totaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal totaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou getotaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getotaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getotaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou totaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou totaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou totaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden getotaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getotaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getotaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden totaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden totaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden totaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt getotaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt totaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen getotaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getotaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getotaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen totaliseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen totaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen totaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen totaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult getotaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult totaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse totaliser met het achtervoegsel -iseren
Woordfamilie van totaliseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| getotaliseerd | voltooid deelwoord | totaliseren |
| getotaliseerde | woordvorm | totaliseren |
| totaliseer | gebiedende wijs | totaliseren |
| totaliseerde | verleden tijd | totaliseren |
| totaliseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | totaliseren |
| totaliseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | totaliseren |
| totalisere | aanvoegende wijs | totaliseren |
| totaliserend | onvoltooid deelwoord | totaliseren |
| totaliserende | woordvorm | totaliseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van totaliseren zijn vastgelegd.