Naar de inhoud

besturen

zorgen dat een toestel de gewenste taken uitvoert

besturen is meer dan één woord

besturen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. zorgen dat een toestel de gewenste taken uitvoert
  2. het vervullen van regeringstaken over een gebied
  3. leiding geven

werkwoord

  1. zorgen dat [een toestel] de gewenste taken uitvoert transitive

Vervoeging van besturen

besturenhele werkwoord — bestuurdeverleden tijd enkelvoud — bestuurdenverleden tijd meervoud — bestuurdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bestuur bestuurde
jij bestuurt bestuurde
hij, zij, het bestuurt bestuurde
wij besturen bestuurden
jullie besturen bestuurden
zij besturen bestuurden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben bestuurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bestuurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
besture aanvoegende wijs
besturend onvoltooid, deelwoord
bestuur gebiedende wijs
bestuurd verleden tijd, deelwoord
bestuurd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bestuurd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bestuurd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bestuurd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bestuurd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bestuurd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bestuurd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bestuurd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bestuurd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bestuurd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bestuurde verleden tijd
er is bestuurd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bestuurd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bestuurd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bestuurd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bestuurd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bestuurd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bestuurd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bestuurd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bestuurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bestuurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bestuurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bestuurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bestuurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bestuurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bestuurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bestuurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bestuurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bestuurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bestuurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bestuurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bestuurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bestuurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bestuurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bestuurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bestuurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te besturen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bestuurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen besturen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bestuurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bestuurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bestuurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bestuurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bestuurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bestuurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bestuurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bestuurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bestuurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bestuurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bestuurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bestuurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bestuurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bestuurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bestuurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bestuurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bestuurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bestuurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bestuurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bestuurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal besturen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal besturen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal besturen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal bestuurd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bestuurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bestuurd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bestuurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bestuurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bestuurd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bestuurd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn bestuurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bestuurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bestuurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bestuurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou besturen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou besturen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou besturen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou bestuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bestuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bestuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bestuurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bestuurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bestuurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bestuurd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bestuurd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bestuurd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden besturen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden besturen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden besturen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden bestuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bestuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bestuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bestuurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bestuurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bestuurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bestuurd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bestuurd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bestuurd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt besturen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt bestuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bestuurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bestuurd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen besturen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen besturen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen besturen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen besturen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen bestuurd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bestuurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bestuurd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bestuurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bestuurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bestuurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bestuurd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bestuurd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bestuurd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult besturen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult bestuurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bestuurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bestuurd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord bestuur

Herkomst

Afgeleid van sturen met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van besturen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
besture aanvoegende wijs besturen
besturend onvoltooid deelwoord besturen
besturende woordvorm besturen
bestuurd voltooid deelwoord besturen
bestuurde verleden tijd besturen
bestuurden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon besturen
bestuurt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon besturen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van besturen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over besturen

Wat betekent besturen?
Besturen is een werkwoord. Het woord betekent: zorgen dat een toestel de gewenste taken uitvoert. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je besturen?
Je vervoegt besturen als volgt: de tegenwoordige tijd is bestuur, de verleden tijd is bestuurde en het voltooid deelwoord is bestuurd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord besturen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. S 2
  4. T 2
  5. U 4
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

besturen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. S 2
  4. T 2
  5. U 2
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

besturen in het kort

besturen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van besturen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort besturen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

besturen: zorgen dat een toestel de gewenste taken uitvoert
Deel besturen — standaardnederlands.nl