besturen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- zorgen dat een toestel de gewenste taken uitvoert
- het vervullen van regeringstaken over een gebied
- leiding geven
werkwoord
- zorgen dat [een toestel] de gewenste taken uitvoert transitive
Vervoeging van besturen
besturenhele werkwoord — bestuurdeverleden tijd enkelvoud — bestuurdenverleden tijd meervoud — bestuurdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bestuur | bestuurde |
| jij | bestuurt | bestuurde |
| hij, zij, het | bestuurt | bestuurde |
| wij | besturen | bestuurden |
| jullie | besturen | bestuurden |
| zij | besturen | bestuurden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben bestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| besture | aanvoegende wijs |
| besturend | onvoltooid, deelwoord |
| bestuur | gebiedende wijs |
| bestuurd | verleden tijd, deelwoord |
| bestuurd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bestuurd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bestuurd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bestuurd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bestuurd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bestuurd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bestuurd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bestuurd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bestuurd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bestuurd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bestuurde | verleden tijd |
| er is bestuurd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bestuurd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bestuurd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bestuurd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bestuurd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bestuurd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bestuurd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bestuurd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bestuurd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bestuurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bestuurd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bestuurd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bestuurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bestuurd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bestuurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bestuurd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te besturen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bestuurd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen besturen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bestuurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bestuurd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bestuurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bestuurd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bestuurd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bestuurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bestuurd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bestuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bestuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bestuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bestuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bestuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bestuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bestuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bestuurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bestuurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bestuurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bestuurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bestuurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bestuurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal besturen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal besturen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal besturen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal bestuurd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bestuurd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bestuurd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bestuurd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bestuurd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn bestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou besturen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou besturen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou besturen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou bestuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bestuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bestuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bestuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bestuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bestuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden besturen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden besturen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden besturen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden bestuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bestuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bestuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bestuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bestuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bestuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt besturen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt bestuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bestuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen besturen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen besturen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen besturen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen besturen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen bestuurd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bestuurd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bestuurd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bestuurd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bestuurd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bestuurd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult besturen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult bestuurd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bestuurd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord bestuur
Herkomst
Afgeleid van sturen met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van besturen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| besture | aanvoegende wijs | besturen |
| besturend | onvoltooid deelwoord | besturen |
| besturende | woordvorm | besturen |
| bestuurd | voltooid deelwoord | besturen |
| bestuurde | verleden tijd | besturen |
| bestuurden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | besturen |
| bestuurt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | besturen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van besturen zijn vastgelegd.