Naar de inhoud

recycleren

na verbruik weer omzetten in iets bruikbaars

recycleren

werkwoord resiˈklerə(n)

Betekenis

  1. na verbruik weer omzetten in iets bruikbaars

Hoe spreek je recycleren uit?

/resiˈklerən/

Recycleren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.

De tekens in /resiˈklerən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
r rood
e veel
s sok
i riet
k kat
l land
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van recycleren

recyclerenhele werkwoord — recycleerdeverleden tijd enkelvoud — recycleerdenverleden tijd meervoud — gerecycleerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik recycleer recycleerde
jij recycleert recycleerde
hij, zij, het recycleert recycleerde
wij recycleren recycleerden
jullie recycleren recycleerden
zij recycleren recycleerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gerecycleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gerecycleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gerecycleerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gerecycleerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gerecycleerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gerecycleerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gerecycleerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gerecycleerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gerecycleerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gerecycleerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gerecycleerd verleden tijd, deelwoord
gerecycleerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gerecycleerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gerecycleerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gerecycleerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gerecycleerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gerecycleerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gerecycleerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gerecycleerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gerecycleerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gerecycleerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gerecycleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gerecycleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gerecycleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gerecycleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gerecycleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gerecycleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gerecycleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gerecycleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gerecycleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gerecycleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gerecycleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gerecycleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gerecycleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gerecycleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gerecycleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gerecycleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gerecycleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
recycleer gebiedende wijs
recycleerde verleden tijd
recyclere aanvoegende wijs
recyclerend onvoltooid, deelwoord
te hebben gerecycleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te recycleren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen recycleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gerecycleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gerecycleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gerecycleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gerecycleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gerecycleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gerecycleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gerecycleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gerecycleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gerecycleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gerecycleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gerecycleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gerecycleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gerecycleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gerecycleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gerecycleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gerecycleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gerecycleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gerecycleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gerecycleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gerecycleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gerecycleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gerecycleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gerecycleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gerecycleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gerecycleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gerecycleerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gerecycleerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal recycleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal recycleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal recycleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gerecycleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gerecycleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gerecycleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gerecycleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gerecycleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gerecycleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gerecycleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gerecycleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gerecycleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gerecycleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gerecycleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gerecycleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gerecycleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou recycleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou recycleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou recycleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gerecycleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gerecycleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gerecycleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gerecycleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gerecycleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gerecycleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gerecycleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gerecycleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gerecycleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden recycleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden recycleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden recycleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gerecycleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gerecycleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gerecycleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt recycleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gerecycleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gerecycleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gerecycleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gerecycleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gerecycleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gerecycleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gerecycleerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gerecycleerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gerecycleerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen recycleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen recycleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen recycleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen recycleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gerecycleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gerecycleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gerecycleerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult recycleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

van recycler (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van recycleren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gerecycleerd voltooid deelwoord recycleren
gerecycleerde woordvorm recycleren
recycleer gebiedende wijs recycleren
recycleerde verleden tijd recycleren
recycleerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon recycleren
recycleert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon recycleren
recyclere aanvoegende wijs recycleren
recyclerend onvoltooid deelwoord recycleren
recyclerende woordvorm recycleren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van recycleren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over recycleren

Hoe spreek je recycleren uit?
De uitspraak van recycleren is: /resiˈklerə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent recycleren?
Recycleren is een werkwoord. Het woord betekent: na verbruik weer omzetten in iets bruikbaars.
Hoe vervoeg je recycleren?
Je vervoegt recycleren als volgt: de tegenwoordige tijd is recycleer, de verleden tijd is recycleerde en het voltooid deelwoord is gerecycleerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op recycleren?

Recycleren rijmt op 395 woorden op -eren; abonneren, controleren en centrifugeren bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord recycleren is 29 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. E 1
  3. C 5
  4. Y 8
  5. C 5
  6. L 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 29 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

recycleren levert met Wordfeud minimaal 29 en maximaal 135 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. E 1
  3. C 5
  4. Y 8
  5. C 5
  6. L 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 29 zonder bonus
  12. 135 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Y) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

recycleren in het kort

recycleren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van recycleren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort recycleren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

recycleren: na verbruik weer omzetten in iets bruikbaars
Deel recycleren — standaardnederlands.nl