afval
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈɑfɑlBetekenis
- onbruikbare resten die weggegooid worden
- verlating van een persoon of overtuiging waaraan men eerder was toegewijd
Hoe spreek je afval uit?
/ˈɑfɑl/
Afval bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| f | fiets |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- het afvallen, verlating van een persoon of overtuiging waaraan men eerder was toegewijd
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van afvallen
Vervoeging van afval
afvalhele werkwoord
Herkomst
Afgeleid van afvallen