protesteren
werkwoord protɛsˈterə(n)Betekenis
- (grote) bezwaren uiten
Hoe spreek je protesteren uit?
/protɛsˈterən/
Protesteren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| r | rood |
| o | boot |
| t | tak |
| ɛ | bed |
| s | sok |
| e | veel |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- bezwaren uiten unergative
Vervoeging van protesteren
protesterenhele werkwoord — protesteerdeverleden tijd enkelvoud — protesteerdenverleden tijd meervoud — geprotesteerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | protesteer | protesteerde |
| jij | protesteert | protesteerde |
| hij, zij, het | protesteert | protesteerde |
| wij | protesteren | protesteerden |
| jullie | protesteren | protesteerden |
| zij | protesteren | protesteerden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is geprotesteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geprotesteerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geprotesteerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geprotesteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geprotesteerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geprotesteerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geprotesteerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geprotesteerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geprotesteerd | verleden tijd, deelwoord |
| geprotesteerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geprotesteerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geprotesteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geprotesteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geprotesteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geprotesteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geprotesteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geprotesteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geprotesteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geprotesteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geprotesteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geprotesteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geprotesteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geprotesteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geprotesteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geprotesteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geprotesteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| protesteer | gebiedende wijs |
| protesteerde | verleden tijd |
| protestere | aanvoegende wijs |
| protesterend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geprotesteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te protesteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen protesteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geprotesteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geprotesteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geprotesteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal protesteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal protesteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal protesteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geprotesteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geprotesteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geprotesteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou protesteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou protesteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou protesteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geprotesteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geprotesteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geprotesteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden protesteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden protesteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden protesteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geprotesteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt protesteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geprotesteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geprotesteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geprotesteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen protesteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen protesteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen protesteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen protesteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geprotesteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult protesteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘verzet uiten’ voor het eerst aangetroffen in 1400
Woordfamilie van protesteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geprotesteerd | voltooid deelwoord | protesteren |
| protesteer | gebiedende wijs | protesteren |
| protesteerde | verleden tijd | protesteren |
| protesteerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | protesteren |
| protesteert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | protesteren |
| protestere | aanvoegende wijs | protesteren |
| protesterend | onvoltooid deelwoord | protesteren |
| protesterende | woordvorm | protesteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van protesteren zijn vastgelegd.